Trekvaart Haarlem Leiden



Bruggenhistorie

E-mail Print

DE BRUGGEN OVER DE TREKVAART EN IN DE TREKWEG TUSSEN LEIDEN EN HAARLEM

Door Aad M. van Kampen

Op 1 november 1657, als de eerste trekschuit uit Leiden naar Haarlem vertrekt, zal de schipper in totaal elf keer onder bruggen doorvaren en zal de jager met het trekpaard op zijn beurt acht bruggen in het trekpad passeren. Als nu ruim 350 jaar later de waterliefhebber in zijn plezierboot in 2010 dezelfde tocht zou maken, moet hij echter bijna drie keer zoveel onder bruggen doorvaren en dient de paardenliefhebber met zijn paard twee keer zoveel bruggen in de weg langs de vaart te passeren.

In dit artikel komen alle in 2010 nog bestaande bruggen en de afgebroken bruggen uitgebreid aan de orde. In de overzichten worden, zoveel mogelijk, de jaartallen vermeld van de bouw, herbouw en afbraak van de bruggen, worden de bruggennamen vermeld en toegelicht en worden de bruggen in beeld gebracht door middel  van prenten en foto's.



Gezicht op de Trekvaartbrug, die de Rijnsburgersingel verbindt met de Maresingel. Op de voorgrond de singelgracht.
De Haarlemmertrekvaart begint eerst achter de brug. De langs de vaart gelegen Haarlemmerweg was vroeger de trekweg met jaagpad. Rechts op de hoek, waar nu een klein appartementencomplex ligt, waren vroeger de stallen voor de paarden van de Leidse schippers. Foto 2010.



Het aantal bruggen is van 19 bruggen in 1657 uitgebreid tot 44 bruggen in 2010 en laat zich als volgt weergeven:

BRUGGEN OVERZICHT

OVER DE TREKVAART

IN DE TREKWEG

TOTAAL

Al bestaande bruggen in 1657

0

3

3

Gebouwd in 1657

11

5

16

Totaal op 1 november 1657

11

8

19

Verdwenen oude bruggen vanaf 1658

-1

-2

-3

Nieuw gebouwd vanaf 1658

18

12

30

Verdwenen nieuwe bruggen vanaf 1658

-1

-1

-2

Bestaande bruggen in 2010

27

17

44


























Hier volgt eerst een opsomming van alle nog bestaande en ook afgebroken bruggen. Begonnen wordt aan de Leidse zijde.

1. SLOOTBRUG in de trekweg in Leiden (gebouwd 1657 en afgebroken 1915)
2. BRUG over de trekvaart in Leiden t.b.v. Willem de Zwijgerlaan (1967)
3.
SPOORBRUG over de trekvaart in Leiden (1841)
4.
SLAAGSLOOTBRUG in de trekweg in Leiden (1657)
5.
KWAAKBRUG over de trekvaart in Oegstgeest (1657)
6. POELGEESTERBRUG in de trekweg in Oegstgeest ( ca. 1790)
7. HENDRIK HEUKELSBRUG over de trekvaart in Oegstgeest (2004)
8. VISSERSBRUG in de trekweg in Oegstgeest (1657)
9. WARMONDERHEKBRUG over de trekvaart in Warmond (1657)
10. LEIDSCHE TOLHEKBRUG over de trekvaart in Oegstgeest (1657 en afgebroken in 1950)
11. TOLHUISBRUG over de trekvaart in Oegstgeest (1994)
12. POSTBRUG over de trekvaart in Sassenheim (1657)
13. NAGELBRUG over de trekvaart in Voorhout (1657)
14. NOORDWIJKERHOEKBRUG over de trekvaart in Voorhout (in 1657 al bestaande brug)
15. FAGELBRUG in de trekweg in Noordwijkerhout ( 1676)
16. L.E.M. BRUG in de trekweg in Noordwijkerhout (1916)
17. PIET GIJZENBRUG over de trekvaart onder Noordwijkerhout (1657)
18. PILARENBRUG  in de trekweg in Noordwijkerhout (1671)
19. GULDEMONDBRUG in de trekweg in Noordwijkerhout ( 1906)
20. MALLEGATSBRUG  in de trekweg in Noordwijkerhout (in 1657 al bestaande brug)
21. VAN PALLANDTBRUG in de trekweg in Lisse (1907)
22. HALFWEGBRUG over de trekvaart in Lisse (1657)
23. SCHULPSLOOTBRUGGETJE in de trekweg in Lisse (1675)
24. VAN SAASE BRUGGETJE  in de trekweg in Hillegom ( 1908)
PONTON in de trekvaart onder Hillegom (ca. 1975)
25. BEEKLAANBRUGGETJE in de trekweg in Hillegom (1657 en afgebroken ca. 2004)
26. KALKOVENBRUG over de trekvaart in Hillegom (1657)
27. MIDDENWEGSE BRUG in de trekweg in Hillegom (1657)
28. BARTENBRUG over de trekvaart in Hillegom (1657)
29. SPOORBRUG over de trekvaart in Vogelenzang (1841)
30. BARNAARTBRUG in de trekweg in Vogelenzang (1838)
31. STATIONSBRUG over de trekvaart bij station Vogelenzang (1981)
32. CENTENBRUG over de trekvaart onder Bennebroek (1834)
33. CULTUURBRUG in de trekweg onder Bennebroek (1815)
34. MANPADSBRUG over de trekvaart in Heemstede (1657)
35. AMSTELBRUG over de trekvaart in Heemstede (1899 en afgebroken in 1930)
36. BRUG in de weg in Heemstede (1852 en afgebroken in 1930)
37. NIEUWE AMSTELBRUG  over de trekvaart in Heemstede (1930)
38. BRUG in de trekweg t.b.v sloot naar Mariënduin in Heemstede (1912)
39. VOETBRUG over de trekvaart t.b.v. de Geleerdenwijk in Heemstede (1956)
40. BOEKENRODEBRUG in de trekweg in Heemstede (in 1657 al bestaande brug)
41. ZANDVOORTSELAANBRUG over de trekvaart in Heemstede (1657)
42. ASTERBRUG over de trekvaart in Heemstede (1931)
43. N 208 BRUG over de trekvaart in Heemstede (1957)
44. FIETSBRUG over de trekvaart t.b.v. de schoolgaande jeugd in Haarlem (2009)
45. KWAKELBRUG over de trekvaart in Haarlem (1914)
46. SCHOUWTJESBRUG over de trekvaart in Haarlem (1676)
47. EMMABRUG over de trekvaart in Haarlem (1898)
48 LEIDSEBRUG over de trekvaart in Haarlem (1881)
49. PRINS HENDRIKBRUG over de trekvaart in Haarlem (1884)

De details van de 49 bruggen, voorzien van prenten en foto's, volgen hier onder.

1. SLOOTBRUG in Leiden in de weg (1657 en afgebroken 1915)
De stenen gewulfde brug of toogbrug werd in 1657 gemetseld door Gillis Houcke en was gelegen ongeveer 395 m. ten noorden van de Trekvaartbrug. De brug is na herhaaldeijke verzoeken van Jan Huybertsz, van Roosdendael en andere eigenaren van belendende warmoeslanden aangelegd, De brug stelde  hen in staat om met pramen en vletjes via de polderslootjes op de trekvaart te komen en hun produkten op de groentemarkt in de stad Leiden te kunnen slijten. In 1814 wordt de brug vernieuwd. Bij het uitbesteden van het onderhoudswerk blijkt de brug in 1914 nog steeds voorzien te zijn van een gemetselde boog, gemetselde vleugels en houten leuningen. Rond 1915 wordt de woonwijk 'Groenoord' aangelegd. De poldersloten worden gedempt en is het ook 'exit' voor de Slootbrug aan de Haarlemmerweg.

De brug was nog niet door de landmeters ingetekend. De poldersloot, waarover de de brug destijds is gemaakt, ligt ter hoogte van de huidige Groenoordstraat. Van de brug is helaas geen oude foto bekend.
Uitsnede van kaart nr. 1, getekend in 1656 door Andries van der Walle en Joris Gerstecoren. (Kaartenarchief Hoogheemraadschap van Rijnland)



2.
BRUG over de trekvaart in Leiden t.b.v. Willem de Zwijgerlaan (1967)
De brug is in 1967 aangelegd ten behoeve van de aanleg van de Willem de Zwijgerlaan. De brug is van het type plaatbrug met een breedte van maar liefst 40 m.


Foto 2010. Gezicht op de  brug en de Willem de Zwijgerklaan.



3. SPOORBRUG over de trekvaart in Leiden (1841)
In 1841 wordt begonnen met de aanleg van de spoorlijn Haarlem-Leiden. Ter overbrugging van de trekvaart ter hoogte van de Maredijkse watermolen laat de Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij een houten spoorbrug aanleggen. De bouw wordt gegund aan P. Langeveld te Haarlem voor de som van f 34.800. In 1925 wordt een nieuwe ijzeren brug gebouwd door J.C. Goudriaans' Constructiewerkplaatsen te Delft met een overspanning van 29 m, rustend op twee landhoofden.
In 1951 wordt een nieuwe verlengde spoorbrug gebouwd, waarbij ook een overbrugging wordt gemaakt voor een nieuwe verbindingsweg met Oegstgeest, de latere Oegstgeesterweg. In een later stadium is er ook een fietsgangersbrug gebouwd.



Uitsnede kadastrale kaart 1841 met de spoorbrug en de Maredijk molen. De trekvaart heeft hier nog zijn originele loop. Rechts naar onderen lopend is de Slaagsloot met in de trekweg de Slaagslootbrug. Archief HHvR.


Schets uit 1950 van de nieuw te maken spoorbrug over de trekvaart en de Haarlemmerweg. In het rood aangegeven de nieuw te graven tracé van de trekvaart, in het groen de bestaande trekvaart en in het zwart het gedempte gedeelte van de trekvaart. Ook laat de kaart zien dat de Slaagslootbrug in de weg en een stuk van de oude Slaagsloot gaan verdwijnen. Rechts daarvan is in het rood de nieuw te maken duikerbrug en een nieuw te graven gedeelte van de Slaagsloot aangegeven. Archief HHvR.



Foto 2010 met gezicht op de Spoorbrug

4. SLAAGSLOOTBRUG in de trekweg in Leiden (1657)
De stenen brug, zonder stenen wulfsel wordt in 1657 gemetseld door Dirck Lodewijcksz. ter overbrugging van de daar gelegen Slaaghsloot. In 1845 wordt de brug vernieuwd en voorzien van stenen landhoofden, ijzeren liggers  dubbel houten dek, houten leuningen. In 1906 blijken er zes stootpalen te zijn aangebracht en een aanlegsteiger en is er sprake van een havenkantoor. Tegelijkertijd met de nieuwbouw in 1951 van de Spoorbrug is het tracé van de trekvaart verlegd, is de oude brug gesloopt, is de Slaagsloot iets noordelijker komen te liggen en is een duikerbrug gebouwd.


De brug was nog niet door de landmeters ingetekend. Uitsnede van kaart nr. 2, getekend in 1656 door Andries van der Walle en Joris Gerstecoren. (Kaartenarchief Hoogheemraadschap van Rijnland)


Geheel rechts is de nieuwe in 1951 aangelegde duikerbrug in de oude trekweg te zien, ten behoeve van de Slaagsloot, vroeger ook wel Stinksloot genoemd.
Geheel links op de foto neemt de oude trekvaart een einde. De loop van de trekvaart is in 1951 ca. 50 m. terug verlegd. Zie de schetstekening uit 1950 bij de Spoorbrug. Foto 2008.



Gezicht op de Slaagslootbrug met de op de achtergrond de houtzaagmolen De Herder.
Foto 2010.


Slaagslootbrug met gezicht op de Haarlemmerweg noordwaarts met de eerste woonark. Foto 2010



5.
KWAAKBRUG over de trekvaart in Oegstgeest (1657)
De naam Kwaakbrug is afgeleid van de oude afgebroken kwakel (een hoge voetbrug met aan weerszijden treden), die tot 1657 circa 50 meter verderop, meer noordelijk, over de Mare heeft gelegen. De stenen brug zonder stenen wulfsel wordt in 1657 gemetseld door Jan Jansz. Warmoes uit Rijnsburg. Al in 1660 blijkt de brug niet meer te voldoen en wordt langer en breder gemaakt en voorzien van een middenpijler. Kosten 2.240 guldens.
In 1782, wordt de brug vervangen en neemt maar liefst 17 weken in beslag. De brug wordt voorzien van gemetselde landhoofden, vleugels en middenpijler, houten wegdek en leuningen. In 2010, bijna 230 jaar later, zijn de landhoofden en vleugels nog steeds dezelfde. In 1822 is sprake van vervanging door een houten wegdek door de timmerman Josua de Sauvage uit Leiden en deze rekent hier voor f 2.620. In 1855 wordt het wegdek vervangen door ijzeren liggers met een onderdek van gegalvaniseerd plaatijzer en ijzeren leuningen. Het geheel wordt uitgevoerd door P. Samwel voor de som van 2.529 guldens.
Deze oude brug uit 1782 blijft veel onderhoud vragen. In 1918 wordt de middenpijler gerepareerd. in 1962 wordt het wegdek weer vernieuwd en in 2007 dreigen de vleugels te verzakken en in het water te verdwijnen. Als noodoplossing worden ter versteviging ijzeren damwanden aangebracht. De gemeente Oegstgeest zit met deze brug, de oudste  van alle nu aanwezige 27 bruggen over de trekvaart, flink in haar maag. De brug is haar in februari 2008 door de gemeente Leiden als het ware in de maag geplitst bij de overname van de trekvaart en de trekweg, inclusief de daar gelegen bruggen. De brug is nodig aan vervanging toe, maar hoeveel is de gemeente Leiden bereid aan het achterstallig onderhoud mee te betalen?



Op de kaart liep de oude Broekweg helemaal door langs de Mare en passeerde ter hoogte van de huidige Kwaaklaan de oude Mare, de latere trekvaart. Zowel de gesloopte als de nieuwe Kwaakbrug zijn ingetekend.
Uitsnede van kaart nr. 3, getekend in 1656 door Andries van der Walle en Joris Gerstecoren.
(Kaartenarchief Hoogheemraadschap van Rijnland)



Kwaakbrug met gezicht op de stad Leiden vanuit het noorden bezien. Gedeelte van een tekening, wellicht gemaakt circa 1782 door J. de Beyer, na gereedkomen nieuwe brug. (Regionaal Archief Leiden)


Begin 1900. Aan het einde van de Haarlemmerweg de Kwaakbrug.


Het einde van de Haarlemmerweg met in de verte de Kwaakbrug. Links bij het rood-witte paaltje eindigt de oude 'Brouckweg'. Foto 2010.


Kwaakbrug. Foto 2010.


Kwaakbrug bezien van af de westzijde bezien. De ouderdom van ruim 220 jaar is hier wel van af te lezen. Foto 2004.


Op de bovenste steen is horizontaal nog net leesbaar het jaartal : 17 - 82. Het bouwjaar van de nieuwe Kwaakbrug.
Verticaal boven en onder het streepje placht men vroeger de maan en de adag in te kerven. Dit is niet meer te ontcijferen.
Hopelijk blijft deze eerste steenlegging bij afbraak en vernieuwing van de brug bewaard.

6. POELGEESTERBRUG in de trekweg in Oegstgeest ( ca. 1790)
De naam is afgeleid van van de Poelgeesterpolder, vroeger ook wel Kikkerpolder genoemd. De brug wordt voor het eerst genoemd onder de naam 'Poelbrug' in het jaar 1806. In dit jaar wordt in het bestek van de onderhoudskosten aan de trekvaart, door de stad Leden uit te voeren, melding gemaakt van reparaties van de leuningen en de beschotten tegen de stenen vleugels van de Poelbrug. Uit een overzicht van bruggen, gemaakt in 1785, komt deze Poelbrug nog niet voor. Gezien de kleine reparaties in 1806, zal de brug circa 1790 gebouwd kunnen zijn. Ook niet duidelijk is geworden welk belang er was een brug te maken ten behoeve van een gemaakte opening in de trekweg.
Uit het bestek voor te plegen onderhoud in het jaar 1914 is af te leiden dat er sprake was van gemetselde landhoofden met ijzeren liggers en een onderdek van gegalvaniseerd plaatijzer en ijzeren liggers. In dit jaar wordt één gemetselde brugvleugel tot 80 cm. onder NAP afgebroken en met Rijnklinkers weer opgebouwd.
In 1926 verkrijgt de brug bij raadsbesluit de officiële naam van 'Poelgeesterbrug'.
Ondanks het feit dat de gemeente Oegstgeest nog geen juridische eigenaar was, voelde zij zich gedrongen eind 2007 al met de sloop en nieuwbouw te beginnen. Begin 2008 voltooide de Firma Schouls de nieuwbouw. De kosten bedroegen naar verluidt ruim € 220.000. Hoeveel de gemeente Leiden heeft bijgedragen in de kosten, is niet duidelijk geworden.


Oude Poelgeesterbrug, gezicht vanaf de Kwaaklaan. Foto 2004.


Oude Poelgeesterbrug. Van de andere kant bezien. Foto 2004.


Nieuwe Poelgeesterbrug in aanbouw. Foto 2008.

7. HENDRIK HEUKELSBRUG over de trekvaart in Oegstgeest (2004)
De brug is in 2004 gebouwd ter ontsluiting van de woonwijk Poelgeest. Bij de opening van deze brug op 23 april 2004 werd de brug na een uitgeschreven prijsvraag getooid met deze naam. Hendrik Heukels leefde van 1854-1936 en was leraar aan een kweekschool te Nijmegen. Hij hield zich veel bezig met publicaties over de flora en was mede-oprichter van de Kon. Ned. Natuurhistorische Vereniging in 1901. De naamgeving heeft ten doel het flora-achtige karakter van Poelgeest te benadrukken.
De stalen brug heeft twee pijlers met aan beide zijden een betonnen op- en afrit. De brug is 65 m. lang en 14 m. breed en aanbesteed aan aannemersbedrijf Aan de Stegge B.V. voor de som van van maar liefst € 2.700.000.



Gezicht op de Hendrik Heukelsbrug. Foto 2010.

8. VISSERSBRUG in de trekweg in Oegstgeest (1657)

In 1657 is de eerste brug als een stenen brug met een toog of wulfsel gemetseld door Jacob van Onsel. Voor arbeidsloon krijgt hij f 150 betaald, terwijl de stenen en het materiaal geleverd wrden door de stad Leiden. In 1666 wordt de brug nog 'Huijgenbrugge' genoemd en in 1825 komt de naam 'Palingbruggetje' voor. De Huigenbrugge is afgeleid van de Huijgensloot, waarover de brug werd aangelegd. In 1657 woonde aan deze Huijgensloot ene Jan Willemsz. van Assen, van beroep visser. De namen Palingbrug en Vissersbrug zijn hiermede verklaard.
Na ruim 125 jaar is de brug door het intensieve gebruik van jaagpaarden en ander over de weg reizend verkeer over het trekpad aan vervanging toe. De gemeente Leiden geeft in 1785 opdracht aan de metselaar Johannes la Lau om de oude brug, toog en vleugelmuren af te breken en een nieuwe toogbrug met vleugelmuren te metselen. In 1785 begint men eerst met de aanleg van een ‘loose brug bij de paalingboer’. Deze noodbrug diende om  de passerende jagers met hun paarden en andere passanten doorgang te verlenen. Daartoe wordt een vlonder aangelegd en wordt begonnen met de sloopwerkzaamheden.  Tussen de bewaarde rekening van de trekvaart komen we een rekening tegen van de steenhouwer Jacob Nuts, die op 15 oktober 1785 twee stukken steen heeft geleverd voor een prijs van f 4. De ene steen vermeldde het woord ‘ANNO’ en de andere steen de datum van 22-10-1785. Er moet iets mis zijn gegaan. Om niet opgehelderde redenen waren de landhoofden op deze datum nog niet gemetseld.  Uit een andere bewaarde rekening  blijkt namelijk dat het metselwerk eerst in mei 1786 is gereedgekomen en dat de steen eerst toen ingemetseld moet zijn. Dit verklaard ook waarom op de steen het jaartal 1785 in 1786 is veranderd, zoals op onderstaande foto te zien is.


Foto van een herdenksteen. In eerste instantie was de ontcijfering van de datum een probleem. In samenhang met de geraadpleegde archiefstukken viel de vermelde datum op zijn plaats.  Tussen de cijfers 17 en 8VI  (lees 1786)  staat boven het cijfer 10 van de maand oktober en daaronder dag 22.
Omdat de brug eerst in 1786 werd voltooid heeft men het eerdere cijfer 5 weggeslepen en simpelweg vervangen door het Romeinse cijfer VI,  waarbij de V en de I onder elkaar werden geplaatst. Eind 2007 bleek helaas dat de steen met het jaartal was verdwenen. Wellicht in het water gevallen?  Of heeft een verzamelaar de steen toegeëigend?
Foto Aad M. van Kampen augustus 2006.


Niet bekend is geworden wanneer de toog is verdwenen en ijzeren balken als onderliggers voor het wegdek zijn aangebracht.
In de jaren tachtig van de vorige eeuw verkeert de Vissersbrug in slechte staat, en wordt als onveilig beschouwd: de landhoofden zijn aan het verzakken en het metselwerk vertoont ernstige scheuren. De stad Leiden, die dan nog voor het onderhoud verantwoordelijk is, besluit om in 1990 een noodreparatie uit te voeren, waarbij een extra draagconstructie als ontlastvloer over de brug wordt aangelegd. Na die tijd wil Leiden de bruggen (en de trekvaart) overdragen aan de gemeenten waarin ze liggen. Maar gezien de slechte staat van ook de andere twee bruggen in Oegstgeest (Kwaakbrug en Poelgeesterbrug) voelt Oegstgeest daar helemaal niets voor, tenzij Leiden eerst de renovaties voor haar rekening neemt. Leiden heeft in 1999 al wel een uitgewerkt plan voor de renovatie van de Vissersbrug. De kwestie sleept zich voort tot februari 2008, als Oegstgeest de jurdische eigendom van de bruggen toch maar overneemt. Als eerste wordt in 2008 de Poelgeesterbrug vernieuwd.
De toestand van de Vissersbrug is echter dusdanig verslechtert, dat deze voor autoverkeer moet worden gesloten. De plannen voor herstel of nieuwbouw werden opgehouden in verband met een ontworpen project om de jachthaven te sluiten, de insteek te dempen, en de grond te ontsluiten voor een nieuwbouwijkje met een tiental woningen. De Vissersbrug zou dan niet meer nodig zijn en zou kunnen worden afgebroken en verwijderd. Om de bouwvallige brug voor voetgangers (eventueel met de fiets aan de hand) toch nog open te houden werd eind 2008 een extra zeer provisorisch brugdekje van steigermateriaal aangebracht, hetgeen veel aandacht kreeg in de plaatselijke en regionale pers: oerlelijk, niet comfortabel, maar hopelijk wel veilig!
Uiteindelijke gaat het project niet door. Het jachthaventje 'Welgelegen' blijft behouden, de oude Vissersbrug wordt gesloopt en in 2010 voltooid de firma Schouls uit Leiden de nieuwe brug. Kosten € 250.000. En ook hier geldt: niet bekend is hoeveel de gemeente Leiden heeft bijgedragen.
De gemaakte foto in 2006 van de ingmetselde steen en het speurwerk in de archieven heeft er toe geleid dat aan weerszijden van het bruggendek de gemeente Oegstgeest een steen heeft laten aanbrengen, getooid met de jaartallen: 1786-2010. De oude steen uit 1786 is helaas niet meer boven water gekomen.
In 2010 is een verzoek gedaan om de brug ook te tooien met de naam 'Vissersbrug'. Dit verzoek is nog steeds in behandeling.

In het blad 'Over Oegstgeest'van de Vereniging Oud Oegstgeest, 21e jaargang nr. april 2009. is mede van mijn hand een uitgebreid artikel verschenen over de Vissersbrug.



Vissersbrug. Foto 2004.


Vissersbrug. Foto 2004.

o

Vissersbrug. Foto 2007.


De nieuwe Vissersbrug. Foto 2010.


De ingemetselde herdenkingssteen van de nieuwe Vissersbrug. Foto 2010.


9. WARMONDERHEKBRUG over de trekvaart in Warmond (1657)
Vanaf 1637 lag hier al een stenen brug met een tolhek over de Poel ter verbinding van Warmond met de omliggende dorpen. Voor de trekschuiten echter was deze brug te laag. De vrijheer van Warmond, Jacob van Wassenaar wist een overeenkomst te sluiten op grond waarvan een nieuwe brug werd gebouwd voor rekening van de steden Leiden en Haarlem. De nieuwe houten brug werd op 14 juni 1657 aanbesteed aan Claes Jacobsz. Moreel voor de prijs van 3.450 guldens. De brug werd lang 48 voet (ruim 15 m.) en breed 21 1/2 voet (bijna 5 1/2 m.).
In de jaren 1708, 1793, 1822 en 1857 en 1892 vindt vernieuwing plaats. In 1793 wordt bovendien de brug 8 duim (21 cm) hoger gemaakt dan de oude. In het jaar 1892 wordt het houten brugdek vervangen door ijzeren onderliggers. In het bestek van 1914 van de stad Leiden voor het plegen van onderhoud van de bruggen wordt gesproken over een brug met een gemetselde onderbouw, ijzeren liggers, dubbel houten wegdek en leuningen, waarop twee lijnleiders, twee houten brugvleugels en tien stootpalen.
In 1920 wordt de brug voor de laatste maal voor rekening van de stad Leiden vervangen. In 1954 neemt de Provincie Zuid-Holland de kosten van verbetering van de brug voor haar rekening.




10. LEIDSCHE TOLHEKBRUG over de trekvaart in Oegstgeest (1657 en afgebroken in 1950)
De nieuwe stenen toogbrug wordt in 1657 gemetseld door Andries Harmansz. De kwaliteit en de draagkracht van de toog laat al snel te wensen over. Al na 22 jaar is de brug ingestort en in 1679 vervangen door een houten brug. Vervolgens wordt de brug vernieuwd in de jaren 1756, 1784, 1803, 1826, 1845, 1914 en 1950.
Met name in het jaar 1803, als na nog geen 20 jaar de brug al weer aan vervanging toe is, wordt in het bestek zware eisen gesteld aan de kwaliteit van het houtwerk. '
Het eikenhout zal moeten zyn van gezond Rhyns, Hamburger of Wezelshout, zynde niet wannig, spintig, vuurig, rammelig, hartig, roodstammig of met kwaade kwasten, uilenveeren of zaad bezet of eenig ander gebrek, hoe ook genaamd en vooral niet mild, maar hard en duurzaam vierkantig bezaagd’. De bouw wordt aangenomen door Pieter Blommendaal en Jan Zuur voor de aanzienlijke prijs van 7087 guldens. De aanneemsom is mede zo hoog geworden omdat als eis werd gesteld dat tijdens de bouw er ook een schouw (een overzetveer of pontje) in de vaart zou liggen om de overgang van voetgangers, paarden etc. mogelijk te maken.
In 1950 zal de brug gesloopt worden. De van oudsher bestaande waterverbinding tussen de Achterpoel en het Oegstgeesterkanaal (vroeger Rijnsburgervliet genoemd) wordt geheel afgedamd. De route van de trekvaart vanuit Leiden gezien, gaat nu onder de in 1840 aangelegde kanaalbrug door, volgt het Oegstgeesterkanaal enige tientallen meters en buigt dan noordwaarts richting het Oegstgeester tolhuis naar de originele trekvaart.


11. TOLHUISBRUG over de trekvaart in Oegstgeest (1994)
Ter verbinding van de wijk Morsebel in Oegstgeest met de Klinkenbergerplas wordt in 1994 een betonnen voet- en fietsbrug aangelegd. Bouw- en Aannemingsmij. Korswagen B.V. klaart de klus voor een bedrag van 220.000 guldens.



12. POSTBRUG over de trekvaart in Sassenheim (1657)
De naam is in de loop van de 18e eeuw ontstaan vanwege een halteplaats voor de postkoets en een wisselplaats voor de paarden ten behoeve van het postvervoer tussen de steden Amsterdam, Haarlem, Leiden, Den Haag en Rotterdam. In de 17e eeuw werd nog gesproken van de brug bij Duivenvlugt, een bij de brug gelegen boederij).




Noot: Dit artikel is nog in bewerking.

Last Updated on Sunday, 22 August 2010 20:39
 

Kent u ze nog de Halfweggers? Foto's uit de oude doos.

E-mail Print

KENT U ZE NOG DE HALFWEGGERS?

Naar aanleiding van de foto-expositie eind oktober 2007 op het station Halfweg-Lisse zijn vele oud-Halfweggers en Halfweggers zo vriendelijk geweest foto's uit de oude doos ter beschikking te stellen. Er zijn unieke foto's bij, sommigen al meer dan 100 jaar oud. Wat is mooier dan deze foto's ook via deze website met anderen te delen. Er is getracht zo veel mogelijk achtergrondinformatie en de namen van de personen op deze groepsfoto's te achterhalen. Niet altijd is dit laatste gelukt. Weet u nog namen? Laat u dit dan even weten. Dan passen we graag de website aan.
Voor al degenen die de foto's hebben aangeleverd: Nogmaals dank!

Voor vragen en opmerkingen kunt u met mij contact opnemen via: This e-mail address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it


Gezicht op Halfweg van omstreeks rond 1902.
Dit is wellicht de oudste foto van Halfweg. Het station bestond nog niet. De nog onbestrate Delfweg liep nog in een lijn rechtdoor, richting De Ruigenhoek. Op de achtergrond links de huidige woning Leidsevaart 7 van Geerlings, gebouwd in 1897 door de tapper Theodorus van Velzen. De veranda voor het toenmalige café is goed te zien. In het midden het grote huis, Leidevaart 6, gebouwd in 1896 door R. Veldhuijzen van Zanten en gesloopt rond 1970. Vervolgens (niet goed te zien) de oude en in 1969 gesloopte herberg aan de Leidsevaart. Dan geheel rechts, de woning Stationsweg 180, gebouwd in 1845. In 1902 woonde hier Willem en Trijntje Vrijburg met hun ouders. De sloot links op de foto liep vroeger helemaal door tot in de trekvaart en vormde een waterverbinding met kasteel Keukenhof. Het moet een zondag zijn geweest. De middelste manspersoon is duidelijk te onderscheiden als stationschef. Was dit wellicht Jacobus Hoefnagel of Lodewijk de Liefde? De andere twee mannen lijken ook spoorwegpetten op te hebben! Prachtig te zien hoe men in 1902 gekleed ging. Aan de kale bomen valt te zien dat het voorjaar nog moet beginnen. Opvallend is dat er een telegraafpaal stond bij de Halfwegbrug.


Tussen de bloeiende tulpen in de buurt van Halfweg (circa 1940?). Vier personen zijn te herkennen. 2e Van links is Jan Oetelaar, dan Piet Koome van de Zilkerbinnenweg, (jonge) Herman Smit en zijn vader (oude) Herman Smit. Naast hem met strohoed zal de 'tuinbaas' staan. Op een van de mandjes zijn de letters VC of VO te lezen. Wie zou dat kunnen zijn? De verscheidenheid aan hoofddeksels is opvallend. Men is doende de tulpen met behulp van een mesje te koppen. Het tulpengewas staat er overigens goed bij. De beukenhaag op de achtergrond diende om het stuiven tegen te gaan.


Hooibouw op het weiland van boer Smit (circa 1938). Van links naar rechts: Jan Wijnands sr, Herman Smit jr., IJs de Klerk, Gerrit Smit (?), Arie Wijnands jr. en Herman Smit sr. De hooibouw viel in de maanden juni/juli. Op de foto is verder de steel van een hooivork te zien en op de voorgrond de hooihark. Het is bijkbaar goed en droog weer. Ze hebben er zin in.



Deze
unieke groepsfoto met 22 overwegend Halfwegse kinderen, die bossen narcissen en één bosje tulpen aan de weg staan te verkopen, is genomen omstreeks 1938.
Bovenste rij van links naar rechts: Onbekende jongen, Flip Möller, Piet van Tol, Keetje Geerlings (van Tinus Geerlings uit de Ruigenhoek), onbekende jongen, Nel Geerlings, Corrie ? (van Dorus de Klerk) en Riet (van Dorus de Klerk.
Tweede rij staand: Tina Geerlings, Rie Rooijakkers, Jo de Klerk (van Dorus de Klerk), onbekend klein meisje, Gijs Geerlings, onbekende jongen (net zichtbaar), onbekende jongen met 2 bossen bloemen, onbekende jongen met matrozenpak, onbekende jongen met pet (net zichtbaar), Tinus Geerlings, Jan de Klerk en Gerrit de Klerk.
Hurkend: Klaas Geerlings en Piet Kaptein.



Foto genomen achter het station in het voorjaar(ca. 1937). Van links naar  rechts: Flip Muller, Jaap Weijers, Piet van Tol (met slinger) en Piet Weijers. Mooi om te zien hoe alle vier gekleed waren in korte broek, maar wel met lange maillots. Op de achtergrond het in 1925 gebouwde onderstation van de N.S.

 
Volgens verkregen informatie zouden dit van links naar rechts moeten zijn: Piet Kaptein, Cornelis (Knelis) Langeveld en Willem Langeveld. Deze foto is in 1938 genomen op het land langs de Delfweg.  Zo te zien, zijn ze doende het tulpenlof af te schoffelen en aan te harken. Achter Willem Langeveld is het woonhuis en bollenschuur van Arie Langeveld te zien.


De foto is een paar dagen er na op nagenoeg dezelfde plek genomen. Een ploeg is doende de tulpen te rooien. Van links naar rechts onderscheiden we: Cornelis Langeveld, Piet Kaptein, Jan de Klerk met de hor, Jaap van de Hoorn uit de Ruigenhoek, Jan Meyer en Dirk de Klerk met de hor.


Op het land van Rutgerd Veldhuijzen van Zanten, waarschijnlijk aan de Zwartelaan te Lisse. V.l.n.r.: Bart van Kampen (?) uit de Ruigenhoek, ene Slootweg, Cor Hoogkamer van Halfweg en Gerrit Doeswijk van Halfweg.
Foto ca. 1940



Op de brugleuning van de Halfwegbrug gezeten, treffen we van v.l.n.r. aan de vrindinnen: Jo van Waveren (ze woonde in het afgebroken hoekhuis aan de Delfweg) Tiny Eigenbrood (ze woonde in de afgebroken oude herberg uit 1657. Ze woont nu in de U.S.A.), Tiny Kranenburg en Greet Bunt, beiden uit Lisse.
In het huisje woonde in die tijd broer en zus Willem en Trijntje Vrijburg.
Foto uit 1947.



Voor vragen en opmerkingen kunt u met mij contact opnemen via: This e-mail address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it


Noot: Regelmatig zullen nieuwe foto's worden toegevoegd.










Last Updated on Wednesday, 11 August 2010 21:07
 

Oud(e) Halfweggers vertellen........

E-mail Print

OUD(E) HALFWEGGERS VERTELLEN…………


TOELICHTING

De bedoeling van dit onderdeel van de website is om herinneringen van vroeger op te halen en voor het nageslacht vast te leggen en te bewaren.

In de 20e eeuw is er enorm veel veranderd. Begin 1900 zagen de Halfweggers de eerste auto’s langskomen, de eerste vliegtuigen overvliegen, stapten ze voor het eerst op de fiets, werd er voor de eerste keer met de trein gereisd, zagen ze meneer pastoor nog langskomen, hoorden ze de eerste radio spelen, kregen ze voor de eerste keer gas, licht en water, televisie- en telefoonaansluiting en ga zo maar door.
Onderstaand een greep uit mogelijke onderwerpen, die zich lenen voor een artikel op deze website:

• Hoe leefden, woonden en werkten de Halfweggers?
• Hoe kwam Halfweg de oorlog ‘40- ’45 door?
• Hoe verdienden de Halfweggers hun brood?
• Hoe deden de Halfweggers  boodschappen?
• Hoe en waar gingen de jonge Halfweggers naar school?
• Hoe vermaakten de jongere Halfweggers zich?
• Hoe brachten de Halfweggers de winteravonden door?
• De gebruiken en gewoonten van Halfweggers?
• Wat voor kost aten de Halfweggers?
• Welke hobbies hadden de Halfweggers?
• Welke bijzondere voorvallen hebben zich voorgedaan op Halfweg?
• Welke bijzondere Halfweggers waren er?
• Welke leuke Halfwegse anekdotes zijn er te vertellen?
• Enz. enz.

Als u over deze onderwerpen iets weet te vertellen, dan wil ik u graag ontmoeten.
Als u zelf over een bepaald onderwerp een verhaal wilt schrijven en op deze website wilt plaatsen is dit natuulijk ook mogelijk.
U kunt mij bereiken via het e-mailadres: This e-mail address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it t.a.v. Aad van Kampen


Dit is het eerste artikel uit de reeks:

OUD(E) HALFWEGGERS VERTELLEN…………


De winters van vroeger en het schaatsplezier op en rond Halfweg

door: Aad M. van Kampen

Op Halfweg zijn we begenadigd met veel vaarten en sloten. Vroeger, we praten over de periode 1940 t/m 1965 van de vorige eeuw, waren er heel wat jaren dat het ijs wel één of meerdere dagen voldoende sterk was om de gladde ijzers onder te binden. Zodra je als kind op Halfweg kon lopen, werden gelijk ook de eerstkomende winter de schaatsen onder gebonden. Kinderen op Halfweg kunnen zich volgens mij ook niet meer herinneren dat ze ooit hebben leren schaatsen. In de wieg maakten ze al schaatsende bewegingen. Ze konden het gewoon.

 
Sneeuwfoto circa 1950.
Op de voorgrond Peter Vrijburg, daar achter Nico Zoet en Ursela van Graven en rechts Manfred van Graven. Op de achtergrond is de oude herberg nog te zien en het transformatorhuisje.

 


Type schaatsen

De gebruikte schaatsen waren meestal van vóór de oorlog. Al je familieleden hadden er al op geschaatst. Mijn schaatsen waren in ieder geval knap oud. Ze waren voorzien van een schitterende brede krul. Met een verhitte ijzeren staaf was er een grote R en een L ingebrand, anders wist je niet wat links of rechts was. De clou was om de schaatsen met veters of schaatsbanden zo strak mogelijk onder je schoenen of laarzen zien vast te binden. De ellende was altijd dat ze naar gevoel altijd te strak of te los zaten. Vervolgens werd er overgestapt op Friese doorlopers en daarna op houten noren . De ijzeren noren, met name het merk Ballingrud, werden eerst echt populair in de strenge winter van 1956. Zo’n paar schaatsen kostte in die tijd maar liefst f 90 en werden eigenlijk nog alleen maar gekocht door echte wedstrijdschaatsers. Met name de jongens van Kaptein van de Delfweg en de ‘Vrijburgies’ van de vaart waren heel rap en wonnen wel eens een kortebaanwedstrijd, georganiseerd door een schaatsbaanvereniging in de omgeving.
De jongere meisjes vermaakten zich meestal eerst op blokzijlers en vervolgens op houten draaiers van de firma Nooitgedagt. Wilden ze vervolgens op vrijersvoeten gaan dan was het zaak een mannelijke partner te vinden, die ook de kunst machtig was, om samen zwierend hand in hand van de ene kant van de sloot naar de andere kant over het ijs te schaatsen. Met name waren dit de Halfwegse jongeren, die nog vóór de 2e wereldoorlog waren geboren. De ijstijd, zowel als de kermistijd, waren bij uitstek geschikt om een verkering te vinden. Maar het was ook wel oppassen geblazen. Je kon je ook op te glad ijs begeven en dan was een blauwtje gauw opgelopen, zeker als je ook nog eens plat op je bek op het ijs viel.

De schaatsrouten rond Halfweg
Allereerst werd de tochtsloot achter de huizen tegen het land van Arie Wijnands aan getest op sterkte. Dat gebeurde al na twee of drie dagen vorst.  Na een dag of drie dag en voldoende sterkte was de hele Halfwegse jeugd te vinden op de sloot. Op de zondagmiddag kwamen ook de opgroeiende jongeren en sommige ouders. Hield de vorst aan, dan verplaatsen met name de oudere kinderen hun ijsplezier. Via een klein slootje door het weiland van boer Smit werden de tochtsloten in de Zilkerpolder, beginnend bij boer Rotteveel bereikt. Vandaar uit konden langere tochten gemaakt worden en kon ook met name de schulpsloot bereikt worden met de stomp van de in 1948 afgebrande molen.

De kinderen die in de Zilk op school zaten, te noemen zijn de Dobbens (wonende aan de Haarlemmer Trekvaart te Noordwijkerhout, iets over de in de volksmond zo genoemde Palmbrug  ) de Wijnandsen en de Van Kampens, gingen in plaats via de Delfweg en de Zilkerbinnenweg naar school, nu dwars door de Zilkerpolder, alle sloten nu passerend over het ijs. 


Winter 1961/962Op de voorgrond links vermoedelijk de kinderen van Dirk de Klerk en Henk van den Bosch. Er moet sprake zijn geweest van een strenge winter, want de vaart is niet open gebroken geweest.


 
Winter 1961/1962. Grootste meisje is Martine v/d Oetelaar. Wie zijn de anderen?

Als de vorst aanhield kreeg vervolgens de barmsloot de voorkeur. Deze sloot, parallel lopend aan het spoor, begon in het noorden bij de spoorbrug, waar de zandsloot naar Keukenhof en de Ringvaart onder door liep en eindigde bij de Mallegatsspoorbrug, waar de Mallegatssloot naar De Engel begon. Ook werd er nog volop op de vijvers geschaatst van het Keukenhofpark, voordat  het in 1949 als bloementuin werd ingericht. Maar met name op deze barmsloot was het altijd een drukte van belang. Veel schaatsliefhebbers uit het dorp Lisse, maar ook uit Noordwijkerhout zochten dit ijs op. Met regelmaat vertrok er een schaatstreintje met schaatsfanaten vanaf de brug aan de Stationsweg richting de zijsloot naar boer Van Noort aan de Loosterweg.



Winter 1963/1964.
Als in een bliksemschicht gaat de Halfwegger Piet van Kampen in een vloeiende beweging beentje over in de bocht naar de Zandsloot, richting Barmsloot.
Op de achtergrond in het midden van de foto is nog de oude (inmiddels gesloopte) woning te zien van de drie Pijpies (de drie gebroeders Langeveld).


Koek- en zopie tent
Als er sprake was van een echte strenge winter was het schaatsfeest helemaal compleet. Dan kon ook geschaatst worden op de Leidsevaart. Vooral in de oorlogsjaren ’40-’45 waren er strenge en koude winters en werd er veel op de vaart geschaatst. Bij Piet van Tol op huisnummer 9 en bij Dirk van Kampen op huisnummer 14 kon je chocolademelk, anijsmelk, ijsmoppen of erwetensoep kopen. Ook werd er bij sneeuwval op de vaart gezamenlijk een ijsbaan gemaakt. Opstaande ijsschotsen en ijsranden werden door middel van een heuse ijsschoffel weggeschoffeld en weggehakt.

IJsbreker
De steenfabriek Arnoud uit Hillegom, later genoemd Van Herwaarden, had in verband met de zandtransporten via de trekvaart er grote baat bij de vaarroute zo lang mogelijk open te houden.
Bij een snel invallende vorst had de ijsbreker geen kracht genoeg om het ijs te breken. Bij een geleidelijk invallende winter wel. Wij, als jeugd, werden behoorlijk ‘pissig’ als deze ijsbreker van de Arnoud werd ingezet. De scheldwoorden aan het ades van de kapitein van de sleepboot waren niet van de lucht en sommigen van ons hadden het lef om zelfs vlak voor de ijsbreker op het ijs te gaan staan. Maar spectaculair om de ijsbreker aan de gang te zien was het zeker.
Tot in de oorlogsjaren 1940-1945 was er nog sprake van een stoomsleepboot Als deze sleepboot, met achter zich een tiental zandbakken, bij de houten Halfwegbrug aankwam, moest de schoorsteen omlaag om er onderdoor te kunnen. De lol was dan om van de brug af een grote hoeveelheid sneeuwballen in het dan zichtbare vuur te gooien. De scheldwoorden kwamen toen van de kant van de kapitein.

 
De ijsschaatstocht in 1888 over de Leidse trekvaart.
Voorloper van de Elfstedentocht.

In het Haarlems Dagblad verscheen op 29 februari 1888 een advertentie, waarin de IJslub voor Haarlem em omstreken aankondigde op 1 maart een internationale ijswedstrijd te zullen houden over een afstand van 29 km. De start was aan de Prins Hendrikbrug in Haarlem en de finish aan de Marepoort in Leiden.  Totaal dertien schaatsers gingen er van start. Alleen bij het gebouw van de Waterleidingduinen waren er wakken  in het ijs en diende er gekleund te worden In een tijd van 1 uur 6 minuten en 15 seconden werd Klaas Pander winnaar, vóór de bekende Haarlemse sporter Pim Mulier, die als 2e eindigde.  Deze Klaas Pander was de ontdekker en trainer van de later zo beroemde schaatser en wielrenner Jaap Eden.

In de afgelopen 20e eeuw zijn er vijftien elfstedentochten verreden. In de 2e kwart van de eeuw (1926 t/m 1950) werden zes tochten verreden en in elk der overige kwarteeuwen slechts drie tochten. Dit is ook de reden dat de oudere mensen, geboren tussen 1925 en 1950, er steeds maar over beginnen dat het vroeger veel  kouder was en zo hard vroor. In januari 1942 vroor het maar liefst 24,8 graden.

Winterkou
In onze tijd hadden we uiteraard geen dubbele ramen, was er geen isolatie en hadden we geen C.V. op de kamer. Als je ‘s-morgens je bed uitkwam, stonden bij stevige vorst de bloemen op de ramen. Deze ontstonden door de grote luchtvochtigheid. Het vroor in de slaapkamer net zo hard als buiten. Soms lag je te rillen van de kou in je bed en kreeg je als extra verwarming van die zware legerjassen over de dekens gegooid. Als er een sneeuwstorm was, kon je de sneeuw ‘s-morgens op je slaapkamer vinden of op de overloop. De sneeuw drong gewoon onder dakpannen door en door de kieren van het dakbeschot. De enige verwarming was de kolenkachel in de huiskamer.
Door de vele ervaring, mede ook afhankelijk van het type kachel en kolen (anthraciet), was moeder des huizes meestal in staat de kachtel ook ’s-nachts op een heel laag pitje brandend te houden. Als het niet lukte, was ze ’s-morgens, soms al om zes uur, in de weer om met houtblokjes en krantenpapier de kachel weer ‘aan de praat’ te krijgen. Het eerst wat je deed als je beneden kwam, was rond de warme kachel te gaan staan en je opwarmen. Gebreide wanten en oorwarmers zorgden er buiten voor dat de winterkou een beetje te harden viel. Voor koude voeten waren klompen, gevuld met stro, ideale opwarmers.



Houten schaats met ijzer uit de 15e eeuw, gevonden in een gedempt deel van de gracht rond het Haagse Binnenhof.
Tot de 14e eeuw schaatste men nog op zogenaamde ‘glissen’. Dit waren gladgemaakte botten, waarbij door middel van prikstokken vaart werd gemaakt. Bekend is het verhaal van het meisje Liduina uit Schiedam, dat in 1395 schaatsend een zware val op het ijs maakte, invalide werd en later heilig werd verklaard.


Ander ijs- en sneeuwvermaak
Bij sneeuwval was het als kind naast het gebruikelijke sneeuwballengooien en sneeuwpoppenmaken, ook sport een lange glijbaan bij de Halfwegse brug te maken. Dit vanwege de aflopende helling. Ook schroomden we niet om onze slee met een touw vast te haken aan de autobumper van de spaarzaam voorbijkomende auto’s. Bij flinke sneeuwval togen we ook naar de hoge berg tegenover de huizen op het ‘Witte Hoogie’ bij de ingang naar het kasteel Keukenhof om daar met volle vaart van af te sleeën.

Als de ijsperiode door dooi ten einde liep, was het voor met name de waaghalzen weer feest. Het was een ware kunst om van de ene schots op de andere schots springend, de overkant van de sloot te halen, het zogenaamde ‘ijssiebommen’. In hun jonge jaren haalden de meeste Halfwegse jongeren menig natte voetje en soms een heel nat pak. Het kon de pret, zelfs niet met het uitzicht op straf thuis, niet drukken.

 Sommige oudere Halfweggers kunnen zich nog herinneren dat hun vaders van de nood een deugd maakten door wat paling te verschalken.
Hierbij werd een gat in het ijs gemaakt. Vervolgens werd er een nacht lang een takkenbos in gehangen en de volgende morgen er snel uitgetrokken en op het ijs gegooid. Succes verzekerd! De tussen de takken gekropen palingen lagen voor het oprapen.


Winter 2007/2008.
Gezicht op de Halfwegbrug.

Tot slot.
Terwijl de laatste twee winters in 2009 en 2010 toch aardig koud waren met veel sneeuw en ijs, vinden oudere Halfweggers nog steeds dat de winters vroeger veel kouder en veel strenger waren. Maar ach dat vonden hun ouders en grootouders ook al! Of hadden ze misschien toch wel een beetje gelijk?

Met dank voor de bijdragen aan dit artikel aan de families Van Kampen, Vrijburg, en Wijnands en aan degenen die foto's ter beschikking hebben gesteld.

0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0

 

 

Last Updated on Wednesday, 11 August 2010 21:21
 

Schilderij Jan van Kessel en prent Samuel Ireland. Dwaling rechtgezet.

E-mail Print

SCHILDERIJ VAN JAN VAN KESSEL EN PRENT VAN SAMUEL IRELAND
JARENLANGE DWALINGEN IN 2007 RECHTGEZET

door: Aad M. van Kampen

Tussen Amsterdam en Haarlem ligt een dorp, getooid met de naam ‘Halfweg’, thans gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude. De naam is al vrij oud en stamt uit de 13e eeuw of wellicht nog eerder en is ontleent aan het feit dat het dorp precies halverwege beide steden ligt.

Tussen Haarlem en Leiden ligt een buurtschap met eveneens de naam ‘Halfweg’ en stamt van jongere datum, namelijk uit het jaar 1656, toen halverwege de beide steden, in de buurt van de Delfweg onder Lisse, de eerste paal werd geslagen voor de aanleg van een trekvaart en trekweg.

De naam ‘Halfweg’ en ‘Half-way’ zou leiden tot onderstaande dwalingen.


Schilderij van Jan van Kessel (1626-1679) met de benaming 'Het tolhek in Halfweg' (ca. 1660)

Op een internationale kunsttentoonstelling in Maastricht werd in het voorjaar 1991 een schilderij te koop aangeboden, geschilderd door ene Jan van Kessel onder de naam ‘Het tolhek in Halfweg’ voor de prijs van f 50.000. De toenmalige burgemeester van de plaats Halfweg (tussen Amsterdam en Haarlem, thans gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude) kwam dit ter kennis en had er wel oren naar. Hij vond dat het kunstwerk thuishoorde in Halfweg en het doek van 134 bij 187 cm zag hij al in gedachten in de raadszaal hangen. Na wat sponsors uit het bedrijfsleven te hebben aangezocht en na overleg met en goedkeuring van de fractievoorzitters werd tot aankoop overgegaan. De desillusie kwam al snel. De conservator van het Frans Hals museum oordeelde na onderzoek van het schilderij dat het schilderij weliswaar een ‘Jan van Kessel’ was, doch dat de gemeente door de omschrijving van het schilderij in de catalogus op het verkeerde been was gezet. De op het schilderij getoonde wapenschilden van de steden Haarlem en Leiden op het tolhek lieten er geen twijfel over bestaan. Naar de mening van de conservator moest het afgebeelde tolhuis en tolhek gelegen hebben aan de trekvaart tussen deze beide steden en de enige plaats die daarvoor in aanmerking kwam moest het buurtschap Halfweg onder Lisse zijn. Gelukkig vond de burgemeester een bevriende particulier, die bereid was de ‘miskoop’ over te nemen . Het schilderij is uiteindelijk vanaf 1991 in bruikleen blijven hangen in de raadszaal van Halfweg, gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude.

 Jan van Kessel (ca. 1660) met gezicht op het tolhuis aan de Aerdenhoutse of Zandvoortselaan
Schilderij van Jan van Kessel (ca. 1660).
Het schilderij stelt het tolhuis voor met het tolhek aan de Aerdenhoutse- of Zandvoortselaan met op de achtergrond de Grote of  St. Bavokerk. De op het schilderij voorkomende brug is een zogenaamde gewelfbrug. Het schilderij moet zijn gemaakt tussen 1657 en 1666. Uit door mij geraadpleegde archiefstukken over de trekvaart is komen vast te staan dat deze gewelfde brug door ernstige vertoonde gebreken al in 1666 is vervangen door een houten brug met brugleuningen.

Bij mijn bezoek aan het archief in de Jansstraat te Haarlem maakte de gemeentearchivaris van Haarlemmerliede en Spaarnwoude mij in 1995 attent op dit schilderij en stuurde mij een fotokopie toe van een zwartwitfoto van het schilderij onder de mededeling dat het schilderij het tolhuis in Halfweg te Lisse voorstelde met op de achtergrond de silhouet van de stad Haarlem. Hoewel ik toen nog in het beginstadium was met mijn onderzoek naar de historie van de trekvaart, was mij wel duidelijk dat dit niet het tolhuis op de buurtschap Halfweg te Lisse kon voorstellen, maar eerder het tolhuis met tolhek onder Heemstede. Telefonisch heb ik haar toen mijn bevindingen mede gedeeld.

In verband met het naderende 350-jarige jubileum van de trekvaart heb ik in november 2006 een afspraak gemaakt om het schilderij in de raadszaal te gaan bezichtigen en heb ik er digitale foto’s van kunnen maken. Mijn eerdere opvatting werd alleen maar versterkt. Omdat bovendien bleek dat dezelfde gemeentearchivaris in het jaar 2000 een boekwerkje had laten uitkomen over de geschiedenis van o.a. van de plaats Halfweg in de gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude en daar in ook het bewuste schilderij afdrukte met nog steeds de onjuiste aanduiding, leek het me goed het gemeentebestuur en daarmede ook de eigenaar van het schilderij van mijn bevindingen via een e-mail op de hoogte te stellen. Bovendien was er in het blad HeerlijkHeden van de Vereniging Oud Heemstede-Bennebroek in januari 2007 een uitgebreid artikel verschenen over de trekvaart met notabene ook weer dezelfde foutieve vermelding.

Half februari 2007 heb ik in verband met de voorbereiding van de expositie over de trekvaart aan het Historisch Museum Haarlem een e-mail gestuurd en hen attent gemaakt op het bovenvermelde schilderij en geadviseerd met de gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude contact op te nemen om overeenstemming te bereiken voor het laten tentoonstellen van het schilderij. Dit is succesvol uitgepakt en is het bewuste schilderij aldaar als een van de topstukken te bewonderen geweest.

Ook heb ik aan de Vereniging Oud Heemstede-Bennebroek een e-mail gestuurd en hen geadviseerd ook contact op te nemen met de gemeente Haarlemmerliede en met de eigenaar van het schilderij en te trachten na het einde van de expositie het schilderij in bruikleen te verkrijgen en te mogen hangen in de raadszaal van de gemeente Heemstede. Naar verluidt zou dit (nog) niet gelukt zijn.


Prent van de Engelse schrijver en tekenaar Samuel Ireland met de benaming ‘Half-way House’ (1789)
In de herfst van het jaar 1789 maakte de Engelsman Samuel Ireland (1750-1800) een rondreis door o.a. Holland en liet zich vanaf Rotterdam, via Delft, Leiden en Haarlem naar Amsterdam vervoeren met een trekschuit. In het jaar 1790 geeft hij een boekwerkje uit met een reisbeschrijving en plaatst daar in ook enkele gemaakte prenten van gezichten in diverse steden en langs de trekvaart onder de naam: ‘A picturesque tour through Holland, Brabant, and part of France, made in the autumn of 1789’. In het jaar 1795 wordt een tweede en herziene druk uitgegeven.
In het boekje is ook een prent opgenomen van de trekvaart met een brug en ook met een groot huis. De tekst onder deze prent ‘Half-way House between Leijden & Haerlem’ heeft jarenlang voor de nodige verwarring en dwaling gezorgd. A.M. Hulkenberg vermeldt in zijn boek ‘’t Roemwaard Lisse’ al dat het met de afgebeelde prent eigenaardig is gesteld. Het huis lijkt niet op de gemaakte ontwerptekeningen ten behoeve van de herbouw van het afgebrande huis in 1796, de herberg rechts van het huis is niet ingetekend en het pad aan deze zijde van de vaart roept ook vraagtekens op. Desalniettemin gaat hij er van uit dat de prent het huis Halfweg onder Lisse voorstelt.

De tekst in de herziene druk van het boek van Samuel Ireland brengt ons op een heel ander spoor. Op blz. 106 lezen we: ‘About two miles from Haarlem the annexed sketch was made, to which the road and canal run parallel and increase in verdure and woody scenery’.

Alles valt nu op zijn plaats.

Inderdaad is er op ongeveer 3 km. vóór het eindpunt van de trekvaart een brug, de zogenaamde ‘eerste brug’, ofwel Schoutjesbrug te vinden met een groot huis. Het Half-Way House is in werkelijkheid een rond 1780 geheel nieuwgebouwde herberg met de naam ‘t Nieuwe Heeren-Logement. Ireland heeft met de naam Half-way House blijkbaar willen uitdrukken dat dit huis ergens lag tussen de steden Leiden en Haarlem, maar niet bedoeld dat het precies halverwege lag.
Deze nieuwe herberg op de prent van Ireland uit 1789 en ook op een prent van Hendrik Tavenier uit 1782, heeft twee verdiepingen, terwijl de commissariswoning op Halfweg onder Lisse één verdieping had. Anders dan op Halfweg onder Lisse stond in die periode aan de noordzijde van deze grote herberg op de hoek van de Leidsevaart en de Pijlslaan geen bebouwing. Het pad aan de voorzijde op de prent loopt naar het schuitenhuis, behorend tot de buitenplaats Bosch en Vaart.

In 1658 werd op dezelfde plek al een kleine herberg gebouwd. In 1724 stond deze herberg bekend onder de naam ‘het Schoutje’. De naam is ontleend aan het kleine overzetveer, pontje of 'schouwtje' genoemd.  In 1676 is op verzoek van de omwonenden het schouwtje vervangen door een houten brug. In het ruim 225 jaar oude herenlogement is thans een cafetaria gevestigd met nog steeds de historische naam ’t Schouwtje.

 Prent van S. Ireland (1789) aan de Schoutjesbrug onder Haarlem

Prent van Samuel Ireland (1789).
De prent stelt het Nieuw Heeren-Logement voor op de hoek van de Leidsevaart en de Pijlslaan bij de Schoutjesbrug onder Haarlem. Waarschijnlijk heeft hij op zijn doorreis eerst een (te) ruwe schets gemaakt en terug in Engeland verder uitgewerkt. Het logement vertoont namelijk op de gedetailleerde tekening van H. Tavenier, hier onder afgebeeld, op de 1e verdieping grotere ramen. Wel correct is de brug met slechts één doorgang. De geraadpleegde archieven in het Noord-Hollands Archief wijzen uit dat brug iin 1789, slechts enkele weken vóór de doorkomst van Ireland, is vervangen door een geheel nieuwe brug.


Herberg 't Schouwtje aan de Schouwtjesbrug onder Haarlem

Tekening van H. Tavenier (Noord-Hollands Archief 53-002531 M).
Hetzelfde Nieuwe-Heeren Logement is hier getekend, maar dan zeven jaar eerder in 1782. De brug is hier nog voorzien van twee doorgangen.
 

 
Hetzelfde Logement rond 1920, maar nu onder de naam 'Café ’t Schoutje' met als eigenaar J.N. Bulters van Leeuwen.

 

 
Het 225 jaar oude pand. Cafetaria ‘Het Schouwtje’ bij de Schouwtjesbrug in 2007 onder Haarlem.

Last Updated on Saturday, 14 August 2010 19:25
 

Halfscheidpaal 'Halfweg'

E-mail Print


Halfscheidpaal ‘HALFWEG’

door Aad M. van Kampen



Halverwege de in 1657 gegraven trekvaart tussen de steden Haarlem Leiden is in het jaar 1820 een hardstenen halfscheidpaal aangebracht. De nu nog steeds aanwezige paal staat min of meer op de grens tussen Noordwijkerhout en Lisse, dicht bij het buurtschap Halfweg.

De tapse ronde paal met een totale lengte van 243 cm, staat ca. 120 cm boven de grond en heeft aan de onderkant een diameter van ca. 36 cm en aan de bovenkant van ca. 27 cm. Aan de bovenkant is in hoofdletters de naam ‘HALFWEG’ ingehakt en daaronder is aan de Leidse kant het wapen van Leiden en aan de Haarlemse kant het wapen van Haarlem aangebracht.

Het historische verhaal van de halfscheidpaal laat zich als volgt vertellen.

Functie van de halfscheidpaal
Op 6 april 1656 verleenden de Staten van Holland en West-Friesland aan de steden Haarlem en Leiden octrooi om volgens een door de landmeters Andries van der Walle en Joris Gerstecoren ontworpen plan te ‘graeven ende te schieten een trekvaert ende te maecken een treckwegh ende de ringsloot daar neffens’.[1]

Na het verlenen van het octrooi door de Staten van Holland en West-Friesland sloten de beide steden op 18 april 1656 een overeenkomst.[2]
Hierin valt te lezen dat de ‘ landmeters volgens de voorschreve roijing de distantie tusschen de voorsz. twee steden ende de lengte van de voorsz. vaert sullen affmeeten ende bij hen op het middel vandien een teecken ofte baecken sal gesteld werden’.
De functie van de halfscheidpaal of ‘middelbaecken’ blijkt vervolgens als wordt overeengekomen dat elke stad ‘tot het voorschreve middelbaecken toe, elcx voor haere helffte de voorsz. vaert, trekpad ende scheijtsloot in graven, delven ende aancoop van landen int geheel alleen naer behoren opmaecken ende becostigen sullen’.
Daarentegen zullen de aanlegkosten van de bruggen, de aanschafkosten van de gronden in Lisse ten behoeve van de daarop te bouwen opstallen, voor gemeenschappelijke rekening komen. De inkomsten uit de exploitatie van de trekvaart en trekweg zullen vervolgens door twee worden gedeeld.

Halfscheidpaal van elzenhout in 1656
Een week later, op 25 april 1656, werd door genoemde landmeters op de hoek van de ‘cromme vaert bewesten Lis omtrent een hondt en vijftigh roede besuyden de Delff’, een paal van elzenhout in de grond gestoken.[3]  Als een uitermate belangrijke baken in het landschap zal deze paal het halfscheid gaan markeren van de nieuw te maken trekvaart en trekweg tussen de steden Haarlem en Leiden.

Het traject van de te graven trekvaart en aan te leggen jaagpad is door de landmeters door middel van bakens op onderlinge afstand van 100 roeden (376 meter) uitgezet. Vervolgens hebben zij dit traject in juni 1656 op acht zogenaamde grondkaarten op eenvoudige wijze uitgewerkt.

  
Op bovenstaande uitsnede van een van de kaarten blijkt dat de elzenhoutenpaal (‘onse geslage pael’) is geplaatst aan de oostzijde van de geprojecteerde nieuwe vaart. Ook was in dit plan voorzien dat het trekpad aan de oostzijde van de vaart zou komen. Na ingediende bezwaren en grieven van o.a. landeigenaren en polderbesturen is naderhand besloten om het trekpad op dit gedeelte aan de andere zijde  te maken. Ook zal de vaart iets westelijker worden gelegd.
Een gedeelte van ‘De Cromme vaert’ is ook ingetekend met links daarnaast het nu nog bestaande Houtvesterslaantje. De stippellijnen stellen de wellicht al begin 15e eeuw gegraven oude veenwatering voor. Dicht bij de halfscheidpaal is ook het baken nr. 38 afgebeeld en links het halfbaken van baken nr. 37.[4]

Was de scheidpaal in 1656 exact halverwege de steden geplaatst?
De vraag doet zich voor of de paal wel exact halverwege de beide steden is geplaatst. Een eenvoudig rekensommetje geeft de oplossing.
Totaal is er sprake van 75 bakens op onderlinge afstand gelegen van 100 roeden. Aan de Haarlemse zijde resteert nog vanaf de laatste baken tot aan de Houtvaart een afstand van 28,6 roeden. Omgerekend in kilometers en meters: 7528,6 roeden á 3,76 meter, ofwel 28 km en 308 meters. De paal is vanaf Leiden gerekend, geplaatst op een afstand van 3778,6 roeden ofwel op 14 km en 208 meter en vanaf Haarlem gerekend op 3750 roeden ofwel 14 km en 100 meter. Het exacte punt lag derhalve 54 meter meer zuidelijker, richting Leiden.
Op basis hiervan kan de conclusie getrokken dat de landmeters bewust een ander punt hebben uitgekozen, namelijk het punt waar de ‘cromme vaert’ uitmondde in de veenwatering. Een tweede reden kan zijn geweest dat aldaar ook de begrenzing lag tussen de ambachten Noordwijkerhout en Lisse. Het voordeel was dan dat de stad Haarlem bij onderhandeling over de aankoop van de gronden alleen te maken kreeg met eigendommen uit het ambacht Lisse en niet nog eens met die uit Noordwijkerhout.

Nieuwe kaarten in december 1656 [5]
Tegen de ligging van de trekvaart en het trekpad werden vele bezwaarschriften ingediend Aan sommige bezwaren werd tegemoetgekomen. De landmeters kregen opdracht een 40-tal gedetailleerde nieuwe kaarten te maken. Uit deze kaarten valt op te maken dat de loop van de vaart en het trekpad op sommige plaatsen werd verlegd. Ook op het punt waar eerder de elzenhoutenpaal was geplaatst, vonden belangrijke wijzigingen plaats.

                       
Op de vermelde uitsnede van kaart nr. 21 is gedetailleerd de oude situatie weergegeven, alsmede de nieuw te creëren situatie. Het baken nr. 38 vinden we hier weer terug. De nieuw te graven brede trekvaart is onderaan  in blauwe arcering aangegeven. Daarboven volgt in bruine arcering het nieuw aan te leggen trekpad met daar weer boven de tochtsloot met blauwe arcering.
Goed te zien is dat de nieuwe trekvaart nu ten dele komt op de plaats van de oude polderwateringen met daartussen de oude vaartweg. Het trekpad komt nu aan de andere zijde, aan de westelijke zijde van de nieuwe vaart te liggen. Op de kaart wordt geen melding meer gemaakt van een nieuw geplaatst ‘middelbacken’. Hierna zullen we zien dat na de totstandkoming van de vaart en het trekpad in 1657 het halfscheid zal worden gemarkeerd door een aantal daar staande bomen.

Belang van het halfscheid ná totstandkoming van de trekvaart
Zoals eerder opgemerkt kwamen de kosten van onderhoud, na ingebruikname van de vaart, voor gezamenlijke rekening. Echter hadden de partijen besloten dat elke stad tot aan dit halfscheid zelf voor dit onderhoud zou zorgdragen en de kosten voorschieten. Bij onderhoud valt bijvoorbeeld te denken aan het uitdiepen van de vaart, verwijderen van riet, biezen en ander watergewas, verhogen en verharden van het trekpad met zand en puinaarde enz. Bij de aanbesteding van deze werkzaamheden door bijvoorbeeld de stad Leiden werd bijvoorbeeld melding gemaakt dat het ging om het traject tussen de Piet Gijs en het halfscheid op Halfweg.
In het jaar 1864 echter werd besloten dat ingaande 1 januari 1865 de steden de inkomsten en uitgaven niet langer meer gemeenschappelijk zullen delen en tot aan de limietpaal voor ieders rekening zullen blijven.[6]

Nieuw halfscheid in 1820 in de vorm van een stenen paal
In de loop der jaren zijn de oude bomen, die het halfscheid tussen de beide stenen bij het buurtschap Halfweg onder Lisse markeerden, door ouderdom in verval geraakt en verdwenen. In het jaar 1820 vindt de stad Leiden het toch wel noodzakelijk dat het ‘halfscheid behoorlijk en meer duurzaam’  dient te worden aangeduid. De Commissie van Fabricage (lees: Openbare Werken) wordt opgedragen zorg te dragen dat op de bewuste plek vier voeten (1,25 m) boven de grond een stenen paal zal worden geplaatst,  De steen dient voorzien te worden van de naam HALFWEG en aan de Haarlemmerzijde het wapen van Haarlem en aan de andere zijde het wapen van Leiden. Voorts wordt uitdrukkelijk bepaald dat de steen zo eenvoudig en goedkoop mogelijk moet zijn en geenszins tot sieraad moet strekken.

 
De opdracht wordt gegund aan Adrianus Josephus Paternotte, meester steenhouwer te Leiden. Twee vakmensen zullen bijna 15 mandagen tegen een dagloon van f 1,60 besteden om de steen de gewenste vorm en aanzien te geven, terwijl twee (jonge) knechten 6 ½ mandagen tegen een dagloon van f 0,80 bezig zullen zijn de steen naar Halfweg  te vervoeren en te plaatsen. De steenhouwer heeft het inderdaad eenvoudig en goedkoop gehouden. Tezamen met het materiaalloon van ca. f 27, - brengt hij nog geen  f 58,-.in rekening. De transcripties van de opdrachtbrief en de rekening zijn hierna als bijlagen vermeld.

Proces-verbaal van grensbepaling in 1812
Ter bepaling waar exact de grens tussen de beide gemeenten gelegen was en nu nog gelegen is, dient terug gegaan te worden naar de Franse tijd. Na inlijving van ons land door keizer Napoleon in 1810 werd ook de Franse wetgeving van toepassing met o.a de  invoering van de zogenaamde grondbelasting, ofwel het Kadaster. De werkzaamheden hebben 20 jaar geduurd, vanaf 1812  tot en met 1832.[7]

De eerste werkzaamheden in Noordwijkerhout bestonden in het laten vastleggen door de landmeter T. de Groot van de al dan niet reeds aanwezige gemeentegrenzen. Samen met de maire (burgemeester) van Noordwijkerhout, de heer D. Koudijs en de adjunct-maire van Lisse J.B. van der Upwicz werd 29 september 1812 een voettocht gemaakt langs de vast te stellen gemeentegrenzen van Noordwijkerhout. Tijdens deze rondgang tekende de landmeter de lijn der grens aan, tezamen met de markeringspunten.

Halfweg tot grondgebied van Noordwijkerhout verklaard!
De bestuurders van Lisse en Noordwijkerhout kwamen in 1812 tot een opmerkelijk vergelijk. In afwijking van de al eeuwen lang bestaande grens langs de’ cromme vaart’ en het Houtvesterslaantje en de oude veenwatering, richting de Zilkermolen aan de schulpsloot, koos men voor de grens lopende door het midden van in 1657 gegraven trekvaart.
Dit betekende derhalve dat de gemeente Lisse akkoord ging om niet alleen het grondgebied Halfweg met daarop het Huis Halfweg en de herberg van Geerlof de Waal geheel aan Noordwijkerhout zou toevallen, maar ook een brede strook in de Zilkerpolder.

Proces-verbaal van grensbepaling in 1818
Deze merkwaardige aanpassing van de gemeentegrens duurde slechts tot 3 februari en 20 februari 1818. Dan worden nieuwe processen-verbaal opgesteld in aanwezigheid van de schouten (burgemeesters) J.G. Cramerus van Noordwijkerhout en T.J.A. Pagenstecher van Lisse. De nieuw benoemde schouten komen tot inkeer en besluiten de van oudsher bestaande grensscheiding weer in ere te herstellen.

Interessant voor de vraagstelling op wiens grondgebied de stenen paal Halfweg enkele jaren daarna in 1820 zal worden geplaatst, is o.a. de volgende beschrijving in het proces verbaal van de gemeente Lisse:
‘In eene noordoostelijke rigting langs gezegde kant (zuidelijke kant) van voornoemde vaart (vaart van Leijden naar Haarlem) gaande tot in de directie van de noordoostelijke sloot van het Houtvester laantje; van dat punt zijn wij de scheiding noordwestwaarts dwars over meergenoemde sloot gevolgd, daarna noordoostwaarts al houdende aan de linkerhand onder Noordwijkerhout het voornoemde Laantje over de Delfweg tot in de oostelijke sloot van dezelve weg ........etc.

De beschrijving van de grensscheiding is duidelijk. Ook op onderstaande kaart is dit goed te zien. De grens bij Halfweg loopt precies door het midden van de sloot, gelegen naast het in 1818 nog geheel ongeschonden Houtvesterslaantje.[8]

Opmerkelijk is dat de schout Cramerus van Noordwijkerhout er aan hecht het volgende op te merken.
‘De schout van Noordwijkerhout acht het nodig hier aan te teekenen dat hij, daar van de zijde van Noordwijkerhout de juiste grensscheiding tusschen Lisse en Noordwijkerhout niet bekend is, in de bovengenoemde grensscheiding, heeft berust voor zoverre zij als een kadastrale grensscheiding wordt aangemerkt.[9]

 

Dit is een figuratieve schets, behorend bij het proces-verbaal van 20 februari 1818 van de gemeente Lisse met de nieuwe grensscheiding met Noordwijkerhout. De gemaakte schets behorende bij het proces-verbaal van 3 februari 1818 van de gemeente Noordwijkerhout is nagenoeg identiek.
Goed te zien is dat de Cromme vaart en het Houtvesterslaantje geheel doorlopen naar de Delfweg. De bebouwing in 1818 op Halfweg is nog gelijk aan die van het jaar 1658. Ingetekend is het Huijs Halfweg en de herberg van Geerlof de Waal. Wel heeft de herbergier nog een schuur laten bouwen en net over de grens in Noordwijkerhout een woonhuis. Meer naar rechts is de Zilkermolen ingetekend in de Zilker polder.


Paal Halfweg in 1820 op Lissesch of Noordwijkerhouts grondgebied geplaatst?
In 2009 zal zich een discussie voordoen tussen de beide gemeenten over de vraag op wiens grondgebied de steen staat. Verderop in dit artikel zal hier nog nader op worden ingegaan. In het voorgaande onderwerp hebben we kunnen zien dat de grensscheiding tussen de beide gemeenten loopt door het midden van de sloot, vroeger de ‘Cromme vaart’genoemd, gelegen aan de noordoostzijde van het Houtvesterslaantje.
Op onderstaande oude tekeningen en kaarten is het interessant te zien waar men de paal heeft ingetekend.

 
Schetstekening uit 1823 [10] 
Op bijgaande tekening is duidelijk de ‘Paal van Halfweg’ waarneembaar. De grensbeschrijving uit 1818 als basis nemend, is af te leiden dat in ieder geval de paal ingetekend is op het grondgebied van Noordwijkerhout, namelijk ter hoogte van de vaartweg ofwel het Houtvesterslaantje. Dit laantje is sinds de 2e helft van de vorige eeuw toegangsweg naar het caravancentrum van Van Alenburg.
De schetstekening is vervaardigd in verband met de verhuur door de stad Leiden van twee smalle stroken grond tussen de tocht- of ringsloot en de trekweg.
Pastoor A.L.J. Heijdendaal huurt namens de Rooms Katholieke Kerk te Sassenheim een strook grond voor houtopslag van 8 roeden lang en circa 20 voeten breed strekkende van de scheidpaal op Halfweg tot aan de blauwe paal.
De volgende strook van 36 en 4 roeden lang wordt gehuurd door Arie Ruigrok, bouwman en eigenaar van de boerderij Sixenburg beginnende vanaf de blauwe paal tot de volgende blauwe paal zuidwaarts voorbij het hek naar de boerderij Sixenburg.

 

 Kadastrale kaart buurtschap Halfweg 1860   
Kadastrale kaart van het buurtschap Halfweg uit 1860 [11]
Ook op bovenstaande kadastrale kaart staat de paal links op de kaart ingetekend aan de kant van Noordwijkerhout. Deze kaart is gemaakt in verband met de verkoop het huis Halfweg en andere grondpercelen door de steden Haarlem en Leiden.

Uitsnede kadastrale kaart 1879 buurtschap Halfweg
Uitsnede uit de Kadastrale kaart van buurtschap Halfweg uit 1879 door H.A. van Campen, landmeter [12]
De paal van Halfweg is op deze kaart  precies op de grenslijn ingetekend. De landmeter is iets te onzorgvuldig geweest met het intekenen van het stippellijntje. Dit had iets meer naar rechts gemoeten. In het donkerblauw is de grenslijn ingetekend tussen de gemeenten Noordwijkerhout en Lisse, terwijl de grenslijn de trekvaart kruisend, in een stippellijntje is aangegeven.
Niet bekend is waarom de kaart is gemaakt.

Paal Halfweg zwaar beschadigd [13]
Op 5 november 1992 vonden er in opdracht van N.V. Energie- en Watervoorziening Rijnland door de firma Hogeboom aan de Leidsevaart graafwerkzaamheden plaats. Daarbij werd door een kraan per ongeluk een stuk van de bovenkant en de zijkant van de paal afgebroken. De gemeente Lisse , in de veronderstelling zijnde dat de steen op het grondgebied van Lisse staat, stelt de energiemaatschappij verantwoordelijk voor de herstelkosten. Eerder had de gemeente zich al gewend tot de gemeente Haarlem. Haarlem, menend eigenaresse te zijn van de paal, machtigt Lisse de paal weer in goede staat te brengen. De steen is vervolgens uitgegraven en met de brokstukken ter reparatie vervoerd naar de gemeentewerkplaats. In de loop van 1993 is de steen na reparatie weer opnieuw geplaatst. Op verzoek van de eigenaar van het caravanstallingsbedrijf, aan het einde van het oude Houtvesterslaantje, is de paal iets meer van de weg af geplaatst.
Aan de hand van recentere foto’s valt ook af te leiden dat het herplaatsen wel nagenoeg op dezelfde lijn ten opzichte van de ‘cromme vaert’ is gebeurd.

 

Bovenstaande twee foto’s van J.P.S. Lieverse van het gemeentehuis Lisse, geven niet alleen een goed beeld van de situatie ten tijde van het gebeurde met de paal, maar ook dat paal Halfweg  in 1992 iets ten zuiden van het midden van de sloot en derhalve op grondgebied van Noordwijkerhout stond.


Plaatsen ANWB-bord
Na het vinden van de archiefstukken over de plaatsing in 1820 van de stenen halfscheidpaal besloot ik in 1997 de gemeente Lisse te verzoeken een ANWB-bord bij de paal te plaatsen met een door mij opgestelde tekst. De gemeente was zo welwillend haar medewerking hier aan te verlenen en in 1999 is een ANWB-bord geplaatst aan de noordzijde van de paal.







Na vijf jaren slaat de steen groen uit en wordt door de inwerking van het weer de tekst meer en meer onleesbaar. Bovendien had men in de tekst een fout begaan met de vermelding van een onjuist jaartal. In 2008 wordt door mij een hernieuwd verzoek bij de gemeente Lisse ingediend om een ander en schoon ANWB-bord te plaatsen, de fout te herstellen en bovendien de tekst iets uit te breiden.

In 2009 wordt het licht op groen gezet en in maart 2010 zal tot plaatsing van het nieuwe ANWB-bord worden overgegaan. De Gemeente Noordwijkerhout was zo vriendelijk zich bereid te verklaren een bijdrage te zullen leveren in de kosten van aanschaf en plaatsing.

Aanwijzing tot gemeentelijk monument
In 2009 wijst de gemeente Noordwijkerhout een aantal objecten aan als gemeentelijk monument. De gemeente, van mening zijnde dat de halfscheidsteen Halfweg zich op haar grondgebied bevindt, wijst ook deze steen als zodanig aan.
De gemeente Lisse en met name de Vereniging Oud Lisse waren ‘not amused’ en lieten weten dat zij van mening zijn dat de steen op grondgebied van Lisse staande is. Dit was ook de reden, vinden zij, waarom de steen in 1992 juist door Lisse is gerepareerd.
De beide gemeenten besluiten vervolgens om dan maar het Kadaster uitsluitsel te laten geven. Hiertoe vindt een zogenaamde inmeting door het Kadaster plaats op een op 4 juni 2009 genomen luchtfoto.  Op grond hiervan menen de beide gemeenten genoeg zekerheid te hebben verkregen dat de steen inderdaad op het grondgebied van Noordwijkerhout staat.

De aanwijzing tot gemeentelijk monument door de gemeente Noordwijkerhout heeft het grote voordeel dat tot in lengte der dagen deze paal voor het nageslacht behouden zal blijven, als zijnde een uniek markeringspunt en een belangrijk element in de ontstaansgeschiedenis van de trekvaart Haarlem-Leiden en het buurtschap Halfweg.

Tot slot

De nevenstaande foto, genomen in 2009, laat er geen twijfel over bestaan. De steen staat duidelijk links van het midden van de oude ‘Cromme vaert’ en derhalve op het grondgebied van Noordwijkerhout.

Het bovenstaande laat echter onverlet de mogelijkheid dat de steen ooit eerder vóór 1992 al eens verplaatst zou kunnen zijn.
Ook laat de luchtfoto van 4 juni 2009 onverlet de mogelijkheid dat de oude ‘cromme vaert’ na 1818 ooit iets verlegd zou kunnen zijn.

De grensbepaling in 1818 en de oude in dit artikel opgenomen tekeningen geven evenwel naar mijn mening voldoende steun aan de opvatting dat de steen in het jaar 1820 op het grondgebied van Noordwijkerhout is geplaatst en in het jaar 2009 terecht door deze gemeente Noordwijkerhout als gemeentelijk monument is aangewezen.

 

Bijlagen:

Opdrachtbrief voor de halfscheidpaal in 1820: [14]
Extract uit de Notulen, gehouden ter Kamer van H.H. Burgemeesteren der Stad Leijden.
Maandag, den 24 julij 1820
In overweging genomen zijnde, dat de boomen op het Haarlemmer trekpad, gestaan hebbende om het halfscheid van het zelve tusschen de steden Haarlem en Leijden aan de duiden, thans aldaar niet meer aanwezig waren en dat het echter noodzakelijk was dat gemelde halfscheid behoorlijk en meer duurzaam wierdt aangeduidt. Is goedgevonden de Commissie van Fabricage te autoriseren, gelijk geschied bij dezen om ter plaatse van gemeld halfscheid op het Haarlemmer trekpad een steene paal uiterlijk vier voeten boven den grond te doen stellen, waarop gevonden wordt HALFWEG en aan de Haarlemmerzijde het wapen van Haarlem en dezer zijds dat van deze stad, echter zoo eenvoudig mogelijk en ten minste koste, alsmede het zelve alleen ter aanduiding en geenszins tot sieraad verstrekken.

Rekening van de halfscheidpaal in 1820: [15]
Leijden, Ao 1820
De Stadt Leijden
Debet aan Ad. J.. Paternotte, Mr. Steenhouwer
Weegens geleverde scheipaal op halfweg Haarlem
12 Augustus.  Abram aan de paal gewerkt 3 ½ dag                                        f   5,60
19 dito.          Abram aan de paal gewerkt 6 ¾ dag                                        f 10,80
26 dito           Jan aan het ophakken van het wapen gewerkt 5 5/8 dag           f   9,00
9 September  Geleverd een paal van 14 ø dm, lang 7 ¾ vt steen maat aan
                    steen                                                                                    f 27,13
                    2 Knegts aan het stellen van de pael 3 ¼ dag                            f   5,20
                                                                                                              _______

Somma                                                                                                      f 57,73


Bronnen:

[1] RAL. Archief 501A. Invnr. 6804.

[2] NHA. Brievenboek kast 12, nr. 62.

[3] RAL Archief 501A. Invnr. 6780.

[4] Archief HHvR.

[5] Archief HHvR.

[6] RAL Archief 516, Invnr. 1648.

[7] A.M. van Kampen. Kadastrale Atlas  Zuid-Holland 1832. Deel 3 Hillegom.

[8] In 1907 laat Gravin van Lynden-van Pallandt het zogenaamde Steengrachtkanaal graven, waardoor de doorgang via het Houtvesterslaantje wordt onderbroken.

[9] GA Lisse. Invnr. 1037 en GA Noordwijkerhout ongenummerd.

[10] RAL Archief 516. Invnr. 1644.

[11] RAL Archief 516, Invnr. 1648.

[12] NHA. Beeldbank. Kaart nr. 431.

[13] GA Lisse. Dossier 2.07.351.52.

[14] RAL Archief 516, invnr. 1644:

[15] RAL Archief 1421, invnr. 428.

Noot: Dit artikel met foto's is overgenomen door het blad GEO-INFO nr. 5, 2010, jaargang 7, een vakblad van Geo-informatie Nederland.

Last Updated on Friday, 13 August 2010 21:21
 
Pagina 1 van 2