Trekvaart Haarlem Leiden

Schilderij Jan van Kessel en prent Samuel Ireland. Dwaling rechtgezet.

E-mail Print

SCHILDERIJ VAN JAN VAN KESSEL EN PRENT VAN SAMUEL IRELAND
JARENLANGE DWALINGEN IN 2007 RECHTGEZET

door: Aad M. van Kampen

Tussen Amsterdam en Haarlem ligt een dorp, getooid met de naam ‘Halfweg’, thans gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude. De naam is al vrij oud en stamt uit de 13e eeuw of wellicht nog eerder en is ontleent aan het feit dat het dorp precies halverwege beide steden ligt.

Tussen Haarlem en Leiden ligt een buurtschap met eveneens de naam ‘Halfweg’ en stamt van jongere datum, namelijk uit het jaar 1656, toen halverwege de beide steden, in de buurt van de Delfweg onder Lisse, de eerste paal werd geslagen voor de aanleg van een trekvaart en trekweg.

De naam ‘Halfweg’ en ‘Half-way’ zou leiden tot onderstaande dwalingen.


Schilderij van Jan van Kessel (1626-1679) met de benaming 'Het tolhek in Halfweg' (ca. 1660)

Op een internationale kunsttentoonstelling in Maastricht werd in het voorjaar 1991 een schilderij te koop aangeboden, geschilderd door ene Jan van Kessel onder de naam ‘Het tolhek in Halfweg’ voor de prijs van f 50.000. De toenmalige burgemeester van de plaats Halfweg (tussen Amsterdam en Haarlem, thans gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude) kwam dit ter kennis en had er wel oren naar. Hij vond dat het kunstwerk thuishoorde in Halfweg en het doek van 134 bij 187 cm zag hij al in gedachten in de raadszaal hangen. Na wat sponsors uit het bedrijfsleven te hebben aangezocht en na overleg met en goedkeuring van de fractievoorzitters werd tot aankoop overgegaan. De desillusie kwam al snel. De conservator van het Frans Hals museum oordeelde na onderzoek van het schilderij dat het schilderij weliswaar een ‘Jan van Kessel’ was, doch dat de gemeente door de omschrijving van het schilderij in de catalogus op het verkeerde been was gezet. De op het schilderij getoonde wapenschilden van de steden Haarlem en Leiden op het tolhek lieten er geen twijfel over bestaan. Naar de mening van de conservator moest het afgebeelde tolhuis en tolhek gelegen hebben aan de trekvaart tussen deze beide steden en de enige plaats die daarvoor in aanmerking kwam moest het buurtschap Halfweg onder Lisse zijn. Gelukkig vond de burgemeester een bevriende particulier, die bereid was de ‘miskoop’ over te nemen . Het schilderij is uiteindelijk vanaf 1991 in bruikleen blijven hangen in de raadszaal van Halfweg, gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude.

 Jan van Kessel (ca. 1660) met gezicht op het tolhuis aan de Aerdenhoutse of Zandvoortselaan
Schilderij van Jan van Kessel (ca. 1660).
Het schilderij stelt het tolhuis voor met het tolhek aan de Aerdenhoutse- of Zandvoortselaan met op de achtergrond de Grote of  St. Bavokerk. De op het schilderij voorkomende brug is een zogenaamde gewelfbrug. Het schilderij moet zijn gemaakt tussen 1657 en 1666. Uit door mij geraadpleegde archiefstukken over de trekvaart is komen vast te staan dat deze gewelfde brug door ernstige vertoonde gebreken al in 1666 is vervangen door een houten brug met brugleuningen.

Bij mijn bezoek aan het archief in de Jansstraat te Haarlem maakte de gemeentearchivaris van Haarlemmerliede en Spaarnwoude mij in 1995 attent op dit schilderij en stuurde mij een fotokopie toe van een zwartwitfoto van het schilderij onder de mededeling dat het schilderij het tolhuis in Halfweg te Lisse voorstelde met op de achtergrond de silhouet van de stad Haarlem. Hoewel ik toen nog in het beginstadium was met mijn onderzoek naar de historie van de trekvaart, was mij wel duidelijk dat dit niet het tolhuis op de buurtschap Halfweg te Lisse kon voorstellen, maar eerder het tolhuis met tolhek onder Heemstede. Telefonisch heb ik haar toen mijn bevindingen mede gedeeld.

In verband met het naderende 350-jarige jubileum van de trekvaart heb ik in november 2006 een afspraak gemaakt om het schilderij in de raadszaal te gaan bezichtigen en heb ik er digitale foto’s van kunnen maken. Mijn eerdere opvatting werd alleen maar versterkt. Omdat bovendien bleek dat dezelfde gemeentearchivaris in het jaar 2000 een boekwerkje had laten uitkomen over de geschiedenis van o.a. van de plaats Halfweg in de gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude en daar in ook het bewuste schilderij afdrukte met nog steeds de onjuiste aanduiding, leek het me goed het gemeentebestuur en daarmede ook de eigenaar van het schilderij van mijn bevindingen via een e-mail op de hoogte te stellen. Bovendien was er in het blad HeerlijkHeden van de Vereniging Oud Heemstede-Bennebroek in januari 2007 een uitgebreid artikel verschenen over de trekvaart met notabene ook weer dezelfde foutieve vermelding.

Half februari 2007 heb ik in verband met de voorbereiding van de expositie over de trekvaart aan het Historisch Museum Haarlem een e-mail gestuurd en hen attent gemaakt op het bovenvermelde schilderij en geadviseerd met de gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude contact op te nemen om overeenstemming te bereiken voor het laten tentoonstellen van het schilderij. Dit is succesvol uitgepakt en is het bewuste schilderij aldaar als een van de topstukken te bewonderen geweest.

Ook heb ik aan de Vereniging Oud Heemstede-Bennebroek een e-mail gestuurd en hen geadviseerd ook contact op te nemen met de gemeente Haarlemmerliede en met de eigenaar van het schilderij en te trachten na het einde van de expositie het schilderij in bruikleen te verkrijgen en te mogen hangen in de raadszaal van de gemeente Heemstede. Naar verluidt zou dit (nog) niet gelukt zijn.


Prent van de Engelse schrijver en tekenaar Samuel Ireland met de benaming ‘Half-way House’ (1789)
In de herfst van het jaar 1789 maakte de Engelsman Samuel Ireland (1750-1800) een rondreis door o.a. Holland en liet zich vanaf Rotterdam, via Delft, Leiden en Haarlem naar Amsterdam vervoeren met een trekschuit. In het jaar 1790 geeft hij een boekwerkje uit met een reisbeschrijving en plaatst daar in ook enkele gemaakte prenten van gezichten in diverse steden en langs de trekvaart onder de naam: ‘A picturesque tour through Holland, Brabant, and part of France, made in the autumn of 1789’. In het jaar 1795 wordt een tweede en herziene druk uitgegeven.
In het boekje is ook een prent opgenomen van de trekvaart met een brug en ook met een groot huis. De tekst onder deze prent ‘Half-way House between Leijden & Haerlem’ heeft jarenlang voor de nodige verwarring en dwaling gezorgd. A.M. Hulkenberg vermeldt in zijn boek ‘’t Roemwaard Lisse’ al dat het met de afgebeelde prent eigenaardig is gesteld. Het huis lijkt niet op de gemaakte ontwerptekeningen ten behoeve van de herbouw van het afgebrande huis in 1796, de herberg rechts van het huis is niet ingetekend en het pad aan deze zijde van de vaart roept ook vraagtekens op. Desalniettemin gaat hij er van uit dat de prent het huis Halfweg onder Lisse voorstelt.

De tekst in de herziene druk van het boek van Samuel Ireland brengt ons op een heel ander spoor. Op blz. 106 lezen we: ‘About two miles from Haarlem the annexed sketch was made, to which the road and canal run parallel and increase in verdure and woody scenery’.

Alles valt nu op zijn plaats.

Inderdaad is er op ongeveer 3 km. vóór het eindpunt van de trekvaart een brug, de zogenaamde ‘eerste brug’, ofwel Schoutjesbrug te vinden met een groot huis. Het Half-Way House is in werkelijkheid een rond 1780 geheel nieuwgebouwde herberg met de naam ‘t Nieuwe Heeren-Logement. Ireland heeft met de naam Half-way House blijkbaar willen uitdrukken dat dit huis ergens lag tussen de steden Leiden en Haarlem, maar niet bedoeld dat het precies halverwege lag.
Deze nieuwe herberg op de prent van Ireland uit 1789 en ook op een prent van Hendrik Tavenier uit 1782, heeft twee verdiepingen, terwijl de commissariswoning op Halfweg onder Lisse één verdieping had. Anders dan op Halfweg onder Lisse stond in die periode aan de noordzijde van deze grote herberg op de hoek van de Leidsevaart en de Pijlslaan geen bebouwing. Het pad aan de voorzijde op de prent loopt naar het schuitenhuis, behorend tot de buitenplaats Bosch en Vaart.

In 1658 werd op dezelfde plek al een kleine herberg gebouwd. In 1724 stond deze herberg bekend onder de naam ‘het Schoutje’. De naam is ontleend aan het kleine overzetveer, pontje of 'schouwtje' genoemd.  In 1676 is op verzoek van de omwonenden het schouwtje vervangen door een houten brug. In het ruim 225 jaar oude herenlogement is thans een cafetaria gevestigd met nog steeds de historische naam ’t Schouwtje.

 Prent van S. Ireland (1789) aan de Schoutjesbrug onder Haarlem

Prent van Samuel Ireland (1789).
De prent stelt het Nieuw Heeren-Logement voor op de hoek van de Leidsevaart en de Pijlslaan bij de Schoutjesbrug onder Haarlem. Waarschijnlijk heeft hij op zijn doorreis eerst een (te) ruwe schets gemaakt en terug in Engeland verder uitgewerkt. Het logement vertoont namelijk op de gedetailleerde tekening van H. Tavenier, hier onder afgebeeld, op de 1e verdieping grotere ramen. Wel correct is de brug met slechts één doorgang. De geraadpleegde archieven in het Noord-Hollands Archief wijzen uit dat brug iin 1789, slechts enkele weken vóór de doorkomst van Ireland, is vervangen door een geheel nieuwe brug.


Herberg 't Schouwtje aan de Schouwtjesbrug onder Haarlem

Tekening van H. Tavenier (Noord-Hollands Archief 53-002531 M).
Hetzelfde Nieuwe-Heeren Logement is hier getekend, maar dan zeven jaar eerder in 1782. De brug is hier nog voorzien van twee doorgangen.
 

 
Hetzelfde Logement rond 1920, maar nu onder de naam 'Café ’t Schoutje' met als eigenaar J.N. Bulters van Leeuwen.

 

 
Het 225 jaar oude pand. Cafetaria ‘Het Schouwtje’ bij de Schouwtjesbrug in 2007 onder Haarlem.

Last Updated on Sat, 14-Aug-10 19:25