Halfscheidpaal ‘HALFWEG’
door Aad M. van Kampen
![]()
Halverwege de in 1657 gegraven trekvaart tussen de steden Haarlem Leiden is in het jaar 1820 een hardstenen halfscheidpaal aangebracht. De nu nog steeds aanwezige paal staat min of meer op de grens tussen Noordwijkerhout en Lisse, dicht bij het buurtschap Halfweg.
De tapse ronde paal met een totale lengte van 243 cm, staat ca. 120 cm boven de grond en heeft aan de onderkant een diameter van ca. 36 cm en aan de bovenkant van ca. 27 cm. Aan de bovenkant is in hoofdletters de naam ‘HALFWEG’ ingehakt en daaronder is aan de Leidse kant het wapen van Leiden en aan de Haarlemse kant het wapen van Haarlem aangebracht.
Het historische verhaal van de halfscheidpaal laat zich als volgt vertellen.
Functie van de halfscheidpaal
Op 6 april 1656 verleenden de Staten van Holland en West-Friesland aan de steden Haarlem en Leiden octrooi om volgens een door de landmeters Andries van der Walle en Joris Gerstecoren ontworpen plan te ‘graeven ende te schieten een trekvaert ende te maecken een treckwegh ende de ringsloot daar neffens’.[1]
Na het verlenen van het octrooi door de Staten van Holland en West-Friesland sloten de beide steden op 18 april 1656 een overeenkomst.[2]
Hierin valt te lezen dat de ‘ landmeters volgens de voorschreve roijing de distantie tusschen de voorsz. twee steden ende de lengte van de voorsz. vaert sullen affmeeten ende bij hen op het middel vandien een teecken ofte baecken sal gesteld werden’.
De functie van de halfscheidpaal of ‘middelbaecken’ blijkt vervolgens als wordt overeengekomen dat elke stad ‘tot het voorschreve middelbaecken toe, elcx voor haere helffte de voorsz. vaert, trekpad ende scheijtsloot in graven, delven ende aancoop van landen int geheel alleen naer behoren opmaecken ende becostigen sullen’.
Daarentegen zullen de aanlegkosten van de bruggen, de aanschafkosten van de gronden in Lisse ten behoeve van de daarop te bouwen opstallen, voor gemeenschappelijke rekening komen. De inkomsten uit de exploitatie van de trekvaart en trekweg zullen vervolgens door twee worden gedeeld.
Halfscheidpaal van elzenhout in 1656
Een week later, op 25 april 1656, werd door genoemde landmeters op de hoek van de ‘cromme vaert bewesten Lis omtrent een hondt en vijftigh roede besuyden de Delff’, een paal van elzenhout in de grond gestoken.[3] Als een uitermate belangrijke baken in het landschap zal deze paal het halfscheid gaan markeren van de nieuw te maken trekvaart en trekweg tussen de steden Haarlem en Leiden.
Het traject van de te graven trekvaart en aan te leggen jaagpad is door de landmeters door middel van bakens op onderlinge afstand van 100 roeden (376 meter) uitgezet. Vervolgens hebben zij dit traject in juni 1656 op acht zogenaamde grondkaarten op eenvoudige wijze uitgewerkt.
Op bovenstaande uitsnede van een van de kaarten blijkt dat de elzenhoutenpaal (‘onse geslage pael’) is geplaatst aan de oostzijde van de geprojecteerde nieuwe vaart. Ook was in dit plan voorzien dat het trekpad aan de oostzijde van de vaart zou komen. Na ingediende bezwaren en grieven van o.a. landeigenaren en polderbesturen is naderhand besloten om het trekpad op dit gedeelte aan de andere zijde te maken. Ook zal de vaart iets westelijker worden gelegd.
Een gedeelte van ‘De Cromme vaert’ is ook ingetekend met links daarnaast het nu nog bestaande Houtvesterslaantje. De stippellijnen stellen de wellicht al begin 15e eeuw gegraven oude veenwatering voor. Dicht bij de halfscheidpaal is ook het baken nr. 38 afgebeeld en links het halfbaken van baken nr. 37.[4]
Was de scheidpaal in 1656 exact halverwege de steden geplaatst?
De vraag doet zich voor of de paal wel exact halverwege de beide steden is geplaatst. Een eenvoudig rekensommetje geeft de oplossing.
Totaal is er sprake van 75 bakens op onderlinge afstand gelegen van 100 roeden. Aan de Haarlemse zijde resteert nog vanaf de laatste baken tot aan de Houtvaart een afstand van 28,6 roeden. Omgerekend in kilometers en meters: 7528,6 roeden á 3,76 meter, ofwel 28 km en 308 meters. De paal is vanaf Leiden gerekend, geplaatst op een afstand van 3778,6 roeden ofwel op 14 km en 208 meter en vanaf Haarlem gerekend op 3750 roeden ofwel 14 km en 100 meter. Het exacte punt lag derhalve 54 meter meer zuidelijker, richting Leiden.
Op basis hiervan kan de conclusie getrokken dat de landmeters bewust een ander punt hebben uitgekozen, namelijk het punt waar de ‘cromme vaert’ uitmondde in de veenwatering. Een tweede reden kan zijn geweest dat aldaar ook de begrenzing lag tussen de ambachten Noordwijkerhout en Lisse. Het voordeel was dan dat de stad Haarlem bij onderhandeling over de aankoop van de gronden alleen te maken kreeg met eigendommen uit het ambacht Lisse en niet nog eens met die uit Noordwijkerhout.
Nieuwe kaarten in december 1656 [5]
Tegen de ligging van de trekvaart en het trekpad werden vele bezwaarschriften ingediend Aan sommige bezwaren werd tegemoetgekomen. De landmeters kregen opdracht een 40-tal gedetailleerde nieuwe kaarten te maken. Uit deze kaarten valt op te maken dat de loop van de vaart en het trekpad op sommige plaatsen werd verlegd. Ook op het punt waar eerder de elzenhoutenpaal was geplaatst, vonden belangrijke wijzigingen plaats.
Op de vermelde uitsnede van kaart nr. 21 is gedetailleerd de oude situatie weergegeven, alsmede de nieuw te creëren situatie. Het baken nr. 38 vinden we hier weer terug. De nieuw te graven brede trekvaart is onderaan in blauwe arcering aangegeven. Daarboven volgt in bruine arcering het nieuw aan te leggen trekpad met daar weer boven de tochtsloot met blauwe arcering.
Goed te zien is dat de nieuwe trekvaart nu ten dele komt op de plaats van de oude polderwateringen met daartussen de oude vaartweg. Het trekpad komt nu aan de andere zijde, aan de westelijke zijde van de nieuwe vaart te liggen. Op de kaart wordt geen melding meer gemaakt van een nieuw geplaatst ‘middelbacken’. Hierna zullen we zien dat na de totstandkoming van de vaart en het trekpad in 1657 het halfscheid zal worden gemarkeerd door een aantal daar staande bomen.
Belang van het halfscheid ná totstandkoming van de trekvaart
Zoals eerder opgemerkt kwamen de kosten van onderhoud, na ingebruikname van de vaart, voor gezamenlijke rekening. Echter hadden de partijen besloten dat elke stad tot aan dit halfscheid zelf voor dit onderhoud zou zorgdragen en de kosten voorschieten. Bij onderhoud valt bijvoorbeeld te denken aan het uitdiepen van de vaart, verwijderen van riet, biezen en ander watergewas, verhogen en verharden van het trekpad met zand en puinaarde enz. Bij de aanbesteding van deze werkzaamheden door bijvoorbeeld de stad Leiden werd bijvoorbeeld melding gemaakt dat het ging om het traject tussen de Piet Gijs en het halfscheid op Halfweg.
In het jaar 1864 echter werd besloten dat ingaande 1 januari 1865 de steden de inkomsten en uitgaven niet langer meer gemeenschappelijk zullen delen en tot aan de limietpaal voor ieders rekening zullen blijven.[6]
Nieuw halfscheid in 1820 in de vorm van een stenen paal
In de loop der jaren zijn de oude bomen, die het halfscheid tussen de beide stenen bij het buurtschap Halfweg onder Lisse markeerden, door ouderdom in verval geraakt en verdwenen. In het jaar 1820 vindt de stad Leiden het toch wel noodzakelijk dat het ‘halfscheid behoorlijk en meer duurzaam’ dient te worden aangeduid. De Commissie van Fabricage (lees: Openbare Werken) wordt opgedragen zorg te dragen dat op de bewuste plek vier voeten (1,25 m) boven de grond een stenen paal zal worden geplaatst, De steen dient voorzien te worden van de naam HALFWEG en aan de Haarlemmerzijde het wapen van Haarlem en aan de andere zijde het wapen van Leiden. Voorts wordt uitdrukkelijk bepaald dat de steen zo eenvoudig en goedkoop mogelijk moet zijn en geenszins tot sieraad moet strekken.

De opdracht wordt gegund aan Adrianus Josephus Paternotte, meester steenhouwer te Leiden. Twee vakmensen zullen bijna 15 mandagen tegen een dagloon van f 1,60 besteden om de steen de gewenste vorm en aanzien te geven, terwijl twee (jonge) knechten 6 ½ mandagen tegen een dagloon van f 0,80 bezig zullen zijn de steen naar Halfweg te vervoeren en te plaatsen. De steenhouwer heeft het inderdaad eenvoudig en goedkoop gehouden. Tezamen met het materiaalloon van ca. f 27, - brengt hij nog geen f 58,-.in rekening. De transcripties van de opdrachtbrief en de rekening zijn hierna als bijlagen vermeld.
Proces-verbaal van grensbepaling in 1812
Ter bepaling waar exact de grens tussen de beide gemeenten gelegen was en nu nog gelegen is, dient terug gegaan te worden naar de Franse tijd. Na inlijving van ons land door keizer Napoleon in 1810 werd ook de Franse wetgeving van toepassing met o.a de invoering van de zogenaamde grondbelasting, ofwel het Kadaster. De werkzaamheden hebben 20 jaar geduurd, vanaf 1812 tot en met 1832.[7]
De eerste werkzaamheden in Noordwijkerhout bestonden in het laten vastleggen door de landmeter T. de Groot van de al dan niet reeds aanwezige gemeentegrenzen. Samen met de maire (burgemeester) van Noordwijkerhout, de heer D. Koudijs en de adjunct-maire van Lisse J.B. van der Upwicz werd 29 september 1812 een voettocht gemaakt langs de vast te stellen gemeentegrenzen van Noordwijkerhout. Tijdens deze rondgang tekende de landmeter de lijn der grens aan, tezamen met de markeringspunten.
Halfweg tot grondgebied van Noordwijkerhout verklaard!
De bestuurders van Lisse en Noordwijkerhout kwamen in 1812 tot een opmerkelijk vergelijk. In afwijking van de al eeuwen lang bestaande grens langs de’ cromme vaart’ en het Houtvesterslaantje en de oude veenwatering, richting de Zilkermolen aan de schulpsloot, koos men voor de grens lopende door het midden van in 1657 gegraven trekvaart.
Dit betekende derhalve dat de gemeente Lisse akkoord ging om niet alleen het grondgebied Halfweg met daarop het Huis Halfweg en de herberg van Geerlof de Waal geheel aan Noordwijkerhout zou toevallen, maar ook een brede strook in de Zilkerpolder.
Proces-verbaal van grensbepaling in 1818
Deze merkwaardige aanpassing van de gemeentegrens duurde slechts tot 3 februari en 20 februari 1818. Dan worden nieuwe processen-verbaal opgesteld in aanwezigheid van de schouten (burgemeesters) J.G. Cramerus van Noordwijkerhout en T.J.A. Pagenstecher van Lisse. De nieuw benoemde schouten komen tot inkeer en besluiten de van oudsher bestaande grensscheiding weer in ere te herstellen.
Interessant voor de vraagstelling op wiens grondgebied de stenen paal Halfweg enkele jaren daarna in 1820 zal worden geplaatst, is o.a. de volgende beschrijving in het proces verbaal van de gemeente Lisse:
‘In eene noordoostelijke rigting langs gezegde kant (zuidelijke kant) van voornoemde vaart (vaart van Leijden naar Haarlem) gaande tot in de directie van de noordoostelijke sloot van het Houtvester laantje; van dat punt zijn wij de scheiding noordwestwaarts dwars over meergenoemde sloot gevolgd, daarna noordoostwaarts al houdende aan de linkerhand onder Noordwijkerhout het voornoemde Laantje over de Delfweg tot in de oostelijke sloot van dezelve weg ........etc.
De beschrijving van de grensscheiding is duidelijk. Ook op onderstaande kaart is dit goed te zien. De grens bij Halfweg loopt precies door het midden van de sloot, gelegen naast het in 1818 nog geheel ongeschonden Houtvesterslaantje.[8]
Opmerkelijk is dat de schout Cramerus van Noordwijkerhout er aan hecht het volgende op te merken.
‘De schout van Noordwijkerhout acht het nodig hier aan te teekenen dat hij, daar van de zijde van Noordwijkerhout de juiste grensscheiding tusschen Lisse en Noordwijkerhout niet bekend is, in de bovengenoemde grensscheiding, heeft berust voor zoverre zij als een kadastrale grensscheiding wordt aangemerkt.[9]

Dit is een figuratieve schets, behorend bij het proces-verbaal van 20 februari 1818 van de gemeente Lisse met de nieuwe grensscheiding met Noordwijkerhout. De gemaakte schets behorende bij het proces-verbaal van 3 februari 1818 van de gemeente Noordwijkerhout is nagenoeg identiek.
Goed te zien is dat de Cromme vaart en het Houtvesterslaantje geheel doorlopen naar de Delfweg. De bebouwing in 1818 op Halfweg is nog gelijk aan die van het jaar 1658. Ingetekend is het Huijs Halfweg en de herberg van Geerlof de Waal. Wel heeft de herbergier nog een schuur laten bouwen en net over de grens in Noordwijkerhout een woonhuis. Meer naar rechts is de Zilkermolen ingetekend in de Zilker polder.
Paal Halfweg in 1820 op Lissesch of Noordwijkerhouts grondgebied geplaatst?
In 2009 zal zich een discussie voordoen tussen de beide gemeenten over de vraag op wiens grondgebied de steen staat. Verderop in dit artikel zal hier nog nader op worden ingegaan. In het voorgaande onderwerp hebben we kunnen zien dat de grensscheiding tussen de beide gemeenten loopt door het midden van de sloot, vroeger de ‘Cromme vaart’genoemd, gelegen aan de noordoostzijde van het Houtvesterslaantje.
Op onderstaande oude tekeningen en kaarten is het interessant te zien waar men de paal heeft ingetekend.

Schetstekening uit 1823 [10]
Op bijgaande tekening is duidelijk de ‘Paal van Halfweg’ waarneembaar. De grensbeschrijving uit 1818 als basis nemend, is af te leiden dat in ieder geval de paal ingetekend is op het grondgebied van Noordwijkerhout, namelijk ter hoogte van de vaartweg ofwel het Houtvesterslaantje. Dit laantje is sinds de 2e helft van de vorige eeuw toegangsweg naar het caravancentrum van Van Alenburg.
De schetstekening is vervaardigd in verband met de verhuur door de stad Leiden van twee smalle stroken grond tussen de tocht- of ringsloot en de trekweg.
Pastoor A.L.J. Heijdendaal huurt namens de Rooms Katholieke Kerk te Sassenheim een strook grond voor houtopslag van 8 roeden lang en circa 20 voeten breed strekkende van de scheidpaal op Halfweg tot aan de blauwe paal.
De volgende strook van 36 en 4 roeden lang wordt gehuurd door Arie Ruigrok, bouwman en eigenaar van de boerderij Sixenburg beginnende vanaf de blauwe paal tot de volgende blauwe paal zuidwaarts voorbij het hek naar de boerderij Sixenburg.
Kadastrale kaart van het buurtschap Halfweg uit 1860 [11]
Ook op bovenstaande kadastrale kaart staat de paal links op de kaart ingetekend aan de kant van Noordwijkerhout. Deze kaart is gemaakt in verband met de verkoop het huis Halfweg en andere grondpercelen door de steden Haarlem en Leiden.
![]()
Uitsnede uit de Kadastrale kaart van buurtschap Halfweg uit 1879 door H.A. van Campen, landmeter [12]
De paal van Halfweg is op deze kaart precies op de grenslijn ingetekend. De landmeter is iets te onzorgvuldig geweest met het intekenen van het stippellijntje. Dit had iets meer naar rechts gemoeten. In het donkerblauw is de grenslijn ingetekend tussen de gemeenten Noordwijkerhout en Lisse, terwijl de grenslijn de trekvaart kruisend, in een stippellijntje is aangegeven.
Niet bekend is waarom de kaart is gemaakt.
Paal Halfweg zwaar beschadigd [13]
Op 5 november 1992 vonden er in opdracht van N.V. Energie- en Watervoorziening Rijnland door de firma Hogeboom aan de Leidsevaart graafwerkzaamheden plaats. Daarbij werd door een kraan per ongeluk een stuk van de bovenkant en de zijkant van de paal afgebroken. De gemeente Lisse , in de veronderstelling zijnde dat de steen op het grondgebied van Lisse staat, stelt de energiemaatschappij verantwoordelijk voor de herstelkosten. Eerder had de gemeente zich al gewend tot de gemeente Haarlem. Haarlem, menend eigenaresse te zijn van de paal, machtigt Lisse de paal weer in goede staat te brengen. De steen is vervolgens uitgegraven en met de brokstukken ter reparatie vervoerd naar de gemeentewerkplaats. In de loop van 1993 is de steen na reparatie weer opnieuw geplaatst. Op verzoek van de eigenaar van het caravanstallingsbedrijf, aan het einde van het oude Houtvesterslaantje, is de paal iets meer van de weg af geplaatst.
Aan de hand van recentere foto’s valt ook af te leiden dat het herplaatsen wel nagenoeg op dezelfde lijn ten opzichte van de ‘cromme vaert’ is gebeurd.
Bovenstaande twee foto’s van J.P.S. Lieverse van het gemeentehuis Lisse, geven niet alleen een goed beeld van de situatie ten tijde van het gebeurde met de paal, maar ook dat paal Halfweg in 1992 iets ten zuiden van het midden van de sloot en derhalve op grondgebied van Noordwijkerhout stond.
Plaatsen ANWB-bord
Na het vinden van de archiefstukken over de plaatsing in 1820 van de stenen halfscheidpaal besloot ik in 1997 de gemeente Lisse te verzoeken een ANWB-bord bij de paal te plaatsen met een door mij opgestelde tekst. De gemeente was zo welwillend haar medewerking hier aan te verlenen en in 1999 is een ANWB-bord geplaatst aan de noordzijde van de paal.

Na vijf jaren slaat de steen groen uit en wordt door de inwerking van het weer de tekst meer en meer onleesbaar. Bovendien had men in de tekst een fout begaan met de vermelding van een onjuist jaartal. In 2008 wordt door mij een hernieuwd verzoek bij de gemeente Lisse ingediend om een ander en schoon ANWB-bord te plaatsen, de fout te herstellen en bovendien de tekst iets uit te breiden.
In 2009 wordt het licht op groen gezet en in maart 2010 zal tot plaatsing van het nieuwe ANWB-bord worden overgegaan. De Gemeente Noordwijkerhout was zo vriendelijk zich bereid te verklaren een bijdrage te zullen leveren in de kosten van aanschaf en plaatsing.
Aanwijzing tot gemeentelijk monument
In 2009 wijst de gemeente Noordwijkerhout een aantal objecten aan als gemeentelijk monument. De gemeente, van mening zijnde dat de halfscheidsteen Halfweg zich op haar grondgebied bevindt, wijst ook deze steen als zodanig aan.
De gemeente Lisse en met name de Vereniging Oud Lisse waren ‘not amused’ en lieten weten dat zij van mening zijn dat de steen op grondgebied van Lisse staande is. Dit was ook de reden, vinden zij, waarom de steen in 1992 juist door Lisse is gerepareerd.
De beide gemeenten besluiten vervolgens om dan maar het Kadaster uitsluitsel te laten geven. Hiertoe vindt een zogenaamde inmeting door het Kadaster plaats op een op 4 juni 2009 genomen luchtfoto. Op grond hiervan menen de beide gemeenten genoeg zekerheid te hebben verkregen dat de steen inderdaad op het grondgebied van Noordwijkerhout staat.
De aanwijzing tot gemeentelijk monument door de gemeente Noordwijkerhout heeft het grote voordeel dat tot in lengte der dagen deze paal voor het nageslacht behouden zal blijven, als zijnde een uniek markeringspunt en een belangrijk element in de ontstaansgeschiedenis van de trekvaart Haarlem-Leiden en het buurtschap Halfweg.
Tot slot![]()
De nevenstaande foto, genomen in 2009, laat er geen twijfel over bestaan. De steen staat duidelijk links van het midden van de oude ‘Cromme vaert’ en derhalve op het grondgebied van Noordwijkerhout.
Het bovenstaande laat echter onverlet de mogelijkheid dat de steen ooit eerder vóór 1992 al eens verplaatst zou kunnen zijn.
Ook laat de luchtfoto van 4 juni 2009 onverlet de mogelijkheid dat de oude ‘cromme vaert’ na 1818 ooit iets verlegd zou kunnen zijn.
De grensbepaling in 1818 en de oude in dit artikel opgenomen tekeningen geven evenwel naar mijn mening voldoende steun aan de opvatting dat de steen in het jaar 1820 op het grondgebied van Noordwijkerhout is geplaatst en in het jaar 2009 terecht door deze gemeente Noordwijkerhout als gemeentelijk monument is aangewezen.
Bijlagen:
Opdrachtbrief voor de halfscheidpaal in 1820: [14]
Extract uit de Notulen, gehouden ter Kamer van H.H. Burgemeesteren der Stad Leijden.
Maandag, den 24 julij 1820
In overweging genomen zijnde, dat de boomen op het Haarlemmer trekpad, gestaan hebbende om het halfscheid van het zelve tusschen de steden Haarlem en Leijden aan de duiden, thans aldaar niet meer aanwezig waren en dat het echter noodzakelijk was dat gemelde halfscheid behoorlijk en meer duurzaam wierdt aangeduidt. Is goedgevonden de Commissie van Fabricage te autoriseren, gelijk geschied bij dezen om ter plaatse van gemeld halfscheid op het Haarlemmer trekpad een steene paal uiterlijk vier voeten boven den grond te doen stellen, waarop gevonden wordt HALFWEG en aan de Haarlemmerzijde het wapen van Haarlem en dezer zijds dat van deze stad, echter zoo eenvoudig mogelijk en ten minste koste, alsmede het zelve alleen ter aanduiding en geenszins tot sieraad verstrekken.
Rekening van de halfscheidpaal in 1820: [15]
Leijden, Ao 1820
De Stadt Leijden
Debet aan Ad. J.. Paternotte, Mr. Steenhouwer
Weegens geleverde scheipaal op halfweg Haarlem
12 Augustus. Abram aan de paal gewerkt 3 ½ dag f 5,60
19 dito. Abram aan de paal gewerkt 6 ¾ dag f 10,80
26 dito Jan aan het ophakken van het wapen gewerkt 5 5/8 dag f 9,00
9 September Geleverd een paal van 14 ø dm, lang 7 ¾ vt steen maat aan
steen f 27,13
2 Knegts aan het stellen van de pael 3 ¼ dag f 5,20
_______
Somma f 57,73
Bronnen:
[1] RAL. Archief 501A. Invnr. 6804.
[2] NHA. Brievenboek kast 12, nr. 62.
[3] RAL Archief 501A. Invnr. 6780.
[4] Archief HHvR.
[5] Archief HHvR.
[6] RAL Archief 516, Invnr. 1648.
[7] A.M. van Kampen. Kadastrale Atlas Zuid-Holland 1832. Deel 3 Hillegom.
[8] In 1907 laat Gravin van Lynden-van Pallandt het zogenaamde Steengrachtkanaal graven, waardoor de doorgang via het Houtvesterslaantje wordt onderbroken.
[9] GA Lisse. Invnr. 1037 en GA Noordwijkerhout ongenummerd.
[10] RAL Archief 516. Invnr. 1644.
[11] RAL Archief 516, Invnr. 1648.
[12] NHA. Beeldbank. Kaart nr. 431.
[13] GA Lisse. Dossier 2.07.351.52.
[14] RAL Archief 516, invnr. 1644:
[15] RAL Archief 1421, invnr. 428.
Noot: Dit artikel met foto's is overgenomen door het blad GEO-INFO nr. 5, 2010, jaargang 7, een vakblad van Geo-informatie Nederland.

